Pagina's

26-10-2026

Zij, vrouwen die Bergen verzetten

De bakermat van een kunstenaarskolonie ligt in Barbizon (frankrijk) en in navolging ontstonden overal in Europa tussen het midden van de 19e en het begin van de 20e eeuw vele kunstenaarskolonies. 

In zowel Engeland, Duitsland, België, Nederland, Denemarken, Rusland, Hongarije, Rusland en Zwitserland zijn veel kunstenaars zich gaan verbinden waaruit de verschillende kunststromingen voortkwamen. Denk aan het realisme, impressionisme, symbolisme, pointillisme, divisionisme, fauvisme, surrealisme, Avant-garde (betekent voorhoede) en het expressionisme en natuurlijk de schilders van Barbizon waarin deze vernieuwende pioniers elkaar konden inspireren en ontmoeten. 

De omslag die plaatsvond was een gerichtheid die de grondvormen van het menselijke geestesleven zichtbaar wilde maken met hun kunsten. 

De basis voor die vernieuwing in de kunst was stevig geworteld in de kunstenaarskolonies van vlak voor WO I.....deze pioniers haalde de kunst uit haar traditionele context en experimenteerde met nieuwe vormen van kunst door het theatrale in woord en gebaar in nieuwe vormen te her ontdekken.

Wat zijn kunstenaarskolonies

Kunstenaars werkten veel samen, zo ontstonden er kunstenaarskringen en kunstenaarsverenigingen in de stad en kunstenaarsdorpen en kunstenaarskolonies vaak op het platteland. Kunstenaarsdorpen waren dorpen die graag door schilders werden afgebeeld, ze hoeven zich hier niet in grote aantallen te vestigen zoals bij kunstenaarskolonies wel het geval is. 

Een plek noem je een kunstenaarskolonie wanneer een groot gezelschap kunstenaars zich daar vestigt met een gemeenschappelijk doel. Het bekendste voorbeeld hiervan is Barbizon in Frankrijk. Vanaf 1830 trekken schilders zoals Jean-François Millet naar het Franse dorpje om het realistische boerenleven vast te leggen, deze stroming wordt later bekend als de School van Barbizon. 

Worpswede, gelegen in Noord Duitsland bij Bremen, is de populairste van alle kunstenaarskolonies die aan het eind van de 19e eeuw. De kunstenaarskolonie Worpswede is in 1889 opgericht, het verhaal van Paula Modersohn-Becker is je misschien wel bekend. https://tentoonstellingen-duitsland.nl/ik-ben-jij-bent-mensbeelden/

Ook in Nederland zien we vanaf de tweede helft van de 19e eeuw én in het begin van de 20e eeuw kunstenaarskolonies opkomen. De Haagse School, de Larense School kreeg zo vorm,  een kunstenaarskolonie in het Noord-Hollandse Bergen was vernieuwend in het werken met kleurvlakken en versimpelde composities (charley toorop)  en b.v. de kunstenaarskolonie in Katwijk richtte zich in het schilderen van de zee, visserij en klederdrachten. 

Dat veel kunstenaars elkaar ontmoeten in de kunstenaarskolonie is in deze tijd niet meer zo gebruikelijk. Het is wel een mooi beeld van hoe wij in deze tijd elkaar weer kunnen vinden in het gemeenschappelijke wat ons bindt. 

De kunstenaars waren meestal schilders, maar ook dichters, schrijvers en musici maakten deel uit van de kunstenaarskolonie. Zo is bekend dat Clara Rilke-Westhoff, een baanbrekende Duitse beeldhouwster en kunstenares daar samen met dichter Rainer Maria Rilke een bijzonder en inspirerend contact hadden met Otto en Paula Modersohn. https://www.worpswede-museen.de/der-blog-leben-leben-leben-de/clara-rilke-westhoff.

In het Zeeuwse zijn de kunstenaarskolonies in Domburg en Veere het meest bekend. De Veerse Joffers en de Domburgse Dames zijn minder bekend dan de iconische werken van Toorop en Mondriaan en b.v. Jacoba van Heemskerck. De schilderkunst van Elout-Drabbe staat niet zo hoog aangeschreven als die van haar inspirators. Toch wordt zij gezien als de muze van vele kunstenaars rond Domburg. In het museum van Marie Tak van Poortvliet kun je met regelmaat een tentoonstelling bezoeken waar bovenstaande kunstenaars die elkaar in Domburg ontmoeten in de kunstenaarskolonie. 

De Amsterdamse Joffers die vooral bekend zijn geworden door de familie Schwartze waar schilderes  Thérèse Schwartze het meest bekend is geworden is heeft in naam haar gelijke in de Veerse Joffers. De Veerse Joffers waren negen vrouwelijke beeldende kunstenaars die ook in Veere woonden. De Veerse Joffers waren: Claire Bonebakker, Mies Callenfels-Carsten, Anneke van der Feer, Lucie van Dam-van Isselt, Ada Góth-Löwith, Sárika Góth, Jemmy van Hoboken, Ina Rahusen en Bas van der Veer.

Volgens mij mag Alma Oakes (1889-1987) ook in dit rijtje staan. Alma ontving regelmatig bekende kunstenaars, organiseerde ze elk jaar tentoonstellingen en breidde de kunstcollectie verder uit in het museum de Schotse huizen. Ook legende zij een omvangrijk en zorgvuldig samengestelde collectie aan over Zeeuwse klederdrachten. 



De afgelopen periode kwam plotsklaps het werk van Lucie van Dam van Isselt in mijn blikveld. Ik ben over haar gaan lezen, heb haar werk (op verschillende plekken) bekeken en de podcast van haar achterkleindochter over haar beluisterd. Zij, de vrouwen die bergen verzetten! 

https://www.lucievandamvanisselt.nl/nieuws/blog/feesteditie-teylers-magazijn-met-lucies-madeliefjes/

                                   


Voor een kunstenaarskolonie is het mooie landschap een belangrijke inspiratiebron. Naast de bereikbaarheid van de plaats is het vinden van verf en doeken belangrijk, dat is vaak dicht bij de stad en geeft zo een eigenheid aan het landschap die altijd anders is.  

Een kunstenaarskolonie is een trefpunt, een ontmoetingsplek voor kunstenaars, soms in een hotel of herberg of een atelier van een van de kunstenaars die groot genoeg was om samen te zijn. Bekend is dat Jan Toorop en Piet Mondriaan graag in Domburg waren in het atelier van Mies Elout-Drabbe en soms ook in de familiewoning van de familie Elout. 


                         Jan Toorop, De vissersvloot van Veere, 1907, in de collectie van het Centraal Museum

Een andere belangrijke waarde is het openstaan voor elkaars adviezen, inspiratiebronnen die b.v. in Zeeland niet alleen over het weergeven van de stranden, duinen en het dorpse leven ging, maar ook over het veelbesproken Zeeuwse licht. Hoe vang je dat.....? 

Zo ontstonden ook nieuwe contacten en uitdagingen die verder reikte dan hun kunst. 

Het vernieuwende ontstond in de zoektocht naar grondvormen van het menselijke geestesleven. De spirituele of zo je wil de religieuze zoektocht van Piet Mondriaan is misschien wel het meest bekend geworden. Vanaf 1917 gebruikte Mondriaan alleen nog primaire kleuren in zijn werk. De rood-geel-blauwe schilderijen zijn het resultaat van een lange zoektocht naar de essentie van natuur, de kosmos en de ziel. Zowel het mannelijke als het vrouwelijke zag hij als bouwstenen van de wereld om ons heen. 

Kunst en spiritualiteit zijn voor elke beelddenker onlosmakelijk verbonden. Kunst is dan verwoording, verbeelding of verklanking van de verwondering.

De troost en inspiratie die kunst biedt is in elke vorm voor wie zin heeft te verbinden met religie of meditatie. De zingeving is ook schoonheidsbeleving en je aangeraakt weten. In een concertzaal kun je in ontroering raken, net als in een museum of bij een beeldhouwwerk met of zonder gedicht net als in een kerk, moskee of synagoge. Wie zin wil geven aan het leven werkt aan een bewuster zijn, kunst verdiept dit en zet je in beweging! 

Kunst is dus niet alleen gericht op zingeving, het is ook bezinning en dus ook verzingeving. 

Kunstenaars uit de kunstenaarskolonies hadden een vernieuwende uitwerking, op ons mensbeeld en opende ons niet alleen voor het zichtbare maar juist ook voor het onzichtbare. 

Kandinsky bijv. wordt vaak aangehaald door zijn kleurenspel en de tonen van de muziek, soms ook Hilma af Klint die dit ook stimuleerde. De relatie tussen muziek en beeldende kunst bestaat al heel lang. Als je muziek luistert met je ogen dicht kun je kleuren zien. Dat kleurenspel is wat Goethe probeerde in de vorm te brengen met zijn kleurencirkel en misschien Bach met zijn tonen en de getallensymboliek. 


NB 

Een kunstenaarskolonie is niet als een gilde. Een gilde is ouder en ontstond in de middeleeuwen

Een gilde is een beroepsgroep of beroepsvereniging waardoor het voor een 'gezel' mogelijk werd in de leer te gaan bij een gildemeester. De opleiding, ca 5 tot 9 jaar, sloot af met een 'meesterproef' voor je kon toetreden als vakman tot de gilde. 

Rembrandt is zo toegetreden tot het Sint-Lucasgilde. Gilden inspireerde hem immers op doek schilderde hij meerdere keren het verhaal van de gilden. Denk aan het zo mooie Amsterdamse lakenbereidersgild

Een gilde op opgebouwd uit rangen, een kunstenaarskolonie richt zich op het delen van gelijkgestemde inspiratie en de  ontmoeting...... 






Geen opmerkingen: