21-12-2017

Santa-Lucia, midwinter en het droomlied

Al duizenden jaren wordt Winter Zonnewende in vele culturen als feest gevierd. Midwinter is het tijdstip van de winterzonnewende. Daarna worden de dagen langer. De winterzonnewende vindt plaats op de kortste dag: op 21 of 22 december.



De zon gaat zich na dit tijdstip schijnbaar bewegen naar de noordelijke keerkring. Op het noordelijk halfrond worden de dagen dan langer. De nieuwe rondgang van de zon begint al met de winterzonnewende.

Met heel veel licht-rituelen in vuur, lampen en kaarsen, die allemaal de terugkeer van de Zon, het Licht symboliseren.  -de godin die een god baart –




Deze dagen hebben naast het geboortefeest van het Licht oorspronkelijk ook een relatie met speciale inwijdingen die in de nacht van 24 en 25 december plaatshadden.

Priesters en wijzen wisten dat als de zon op haar laagste punt staat, maar wel aan haar terugtocht is begonnen, door de wereldruimte heel speciale geestelijke krachten werkzaam zijn die een inwijding of geestelijke opwekking tot in de diepste diepten ondersteunen. De inwijding vond plaats midden in die nacht in een grot of onderaardse crypte.

In de begintijd van het Christendom vierden de christenen in de nacht van 24 op 25 december in holen in de bergen midden in de nacht het feest in een cultusritueel, een mis. Het Christendom heeft die datum vermoedelijk overgenomen omdat Christus met de zon werd geassocieerd.
Het innerlijke lichtfeest bestaat uit een veel grotere tijdsboog dan de ons bekende Kersttijd, nl. van 11 november (sint Maarten) tot 2 februari (Maria Lichtmis, Imbolc) Het zijn de donkere dagen van het jaar, in de kerstnacht vind de ommekeer plaats.

Na de kerstnacht komen (ook) van oudsher, de 12 heilige nachten. De periode van de 12 heilige Nachten, van 25 december tot 6 januari (drie koningen) is de hemel als het ware open, de sluier dus dunner, en kan en mag ieder mens zich gemakkelijker verbinden met spirituele impulsen.

Het Luciafeest




Voor de invoering van de Gregoriaanse kalender viel de winterzonnewende op 13 december. Dit is de feestdag van Sint-Lucia. Het Luciafeest is een typisch Zweeds lichtfeest dat op 13 december, de naamdag van Sint Lucia, wordt gevierd. In Zweden markeert het Luciafeest nog steeds het begin van de kerstperiode. Het verhaal is gebaseerd op de legende van Sint-Lucia (283-304) een heilige uit Syracuse in Sicilië. Net als in Syracuse kennen de Zweden een legende dat SintLucia voedsel bracht in een hongersnood. Op het meer Vänern verscheen ze op een schip met graan. Ze stond aan het roer, gekleed in het wit en er scheen een lichtglans boven haar hoofd.

In een andere legende verschijnt Lucia aan een edelvrouw die de armen al het voedsel in haar burcht gegeven had omdat er een hongersnood was. Ze kan haar echtgenoot, die eerder thuis komt dan verwacht, geen maaltijd voorzetten. Dan schiet Lucia te hulp en zorgt voor voedsel en drank. Op 13 december gaat in de vroege ochtend één van de dochters gekleed in een wit gewaad, met een rode ceintuur en een elektrische kaarsenkrans op haar hoofd, als Lucia door het huis om haar ouders te wekken en hen al zingend koffie en ‘lussekatter’ (Sint-Lucia broodjes) te brengen. De andere kinderen lopen met haar mee als sterrenkinderen en helpen  haar. De meisjes hebben lange witte jurken aan met een rode ceintuur, de jongens zijn ook in het wit en dragen witte puntmuntsen. Lucia en haar gevolg kondigt het nieuwe licht van de zon aan. Het rode ceintuur symboliseert de warmte van de zon; de witte kleren het licht van de zon. In lussekatter zit saffraan. Ook het gele saffraan symboliseert de zon. De broodjes zelf vertegenwoordigen het graan en voedsel dat Lucia bracht.




Lucia brengt ook wel pepparkakor, gemberkoekjes, waarbij de gember de zon symboliseert. Deze vorm van het Luciafeest, waarin Lucia door het huis loopt met een kaarsenkroon en koffie en broodjes brengt, is aan het einde van de negentiende eeuw begonnen rondom het meer Värnern.

In het begin van de twintigste eeuw is deze traditie langzaam verspreid geraakt over de andere delen van het Zweden. Overal in Zweden zijn dan processies waarbij Santa Lucia vergezeld gaat van Stjarngossar (sterrenjongens) en Tomtar (kabouters), terwijl het Santa Lucia lied wordt gezongen: In het zgn Lucialied wordt de komst van Lucia beschreven als het aanbreken van de dageraad. (zie ook de beker in haar hand....)




Het Lucia-feest uit Zweden is de bron van inspiratie. Kern van de viering is de binnenkomst van Lucia met haar stoet, een koor dat zingend het nieuwe licht en koekjes komen brengen en een rondgang maken in de kerk. In hun gevolg is een kind, ‘het kind van het wonder’, dat het kerstevangelie leest. Op deze manier wordt de winterzonnewende, de nieuwe rondgang van de zon, verbonden met de geboorte van Christus. De inhoud van het Kerst-evangelie wordt door ieder persoonlijk verwerkt in de viering door de vraag te beantwoorden wat hij of zij ‘in doeken wil wikkelen’: koesteren en mee nemen naar Kerstmis en het nieuwe jaar.



De naam Lucia is afgeleid van het Latijnse 'lux': licht. Lucia wordt aangeroepen tegen oogziekten en wordt vaak afgebeeld met een schaal waarop twee ogen liggen. Santa Lucia (Lucia = licht) of de Godin Perchta (glanzende, stralende), met wie Lucia vaak  vereenzelvigd wordt – beiden in het wit gekleed afgebeeld en beidde zijn verbonden met de donkerste dag van het jaar;

Hoogstwaarschijnlijk is de naam Percht(a) (in varianten vaak met als eerste letter een B)
afkomstig van een Germaans woord dat hel(der), stralend, glanzend, lichtend of ook wel wit
betekent. Dat heeft zich alleen gehandhaafd in het Noors, IJslands, Zweeds en Deens als resp.
bjart, bjart(ur), bjärt en bjært/bjert (dit laatste is verouderd) en in het Engels als bright.

In onze, noordelijke streken zijn van dit weten nog verflauwde beelden overgebleven, die zich onder andere uitkristalliseerden rond Vrouw Holle. Zij rijdt als rijzige witte gestalte in haar wagen (dit sterrenbeeld noemen we nu Grote Beer) en behoedt en helpt mens, dier en plant.

Volgens de verhalen woont ze onder de grond in een berg of heuvel en verschijnt ze in de gedaante va een oude vrouw. (zie o.a. Sprookjes van Vrouw Holle van Paetow) 

Sofia en aarde in één. Deze twee verschijningsvormen zou je samen Moeder Aarde kunnen noemen. Maar wij missen het begrip voor de wijsheid, de Sofia, die aan alles ten grondslag ligt. De aarde om ons heen bevat alle wijsheid, wij moeten die alleen onttoveren. De mens zou op eigen kracht het levende scheppende Wereldwoord moeten terugvinden in de symbolieken zal de Jonkvrouw baren 


De Nornen of schikgodinnen zijn dan ook een aspect van Moeder Aarde. 

De Twaalf heilige nachten kennen wij tegenwoordig als de nachten tussen 25 december en 6 januari, de tijd die de drie koningen nodig hadden om vanuit het oosten aan te komen in Bethlehem, waar in de kerstnacht het kind Jezus was geboren. En precies midden in deze periode vieren wij onze jaarswisseling. Deze opvatting is echter pas na de kerstening ontstaan.

Droomlied

Wie zijn ervaringen prachtig kon verwoorden was Olav Åsteson die in een sage van het Noorse volk leeft. Zijn ‘Droomlied’ is opgetekend uit de mond van de Noorse bevolking en speelde waarschijnlijk rond het jaar 1000. In het lied zoals wij dat nu kennen wordt Olav in 48 verzen geschilderd als de ingewijde die in de Twaalf heilige nachten een mysterieslaap doormaakt.

Evenals in de oude mysterieschool de leerling eerst vertrouwd moest raken met de wereld der elementen (vuur, lucht, water en aarde) en alle moeilijkheden op die weg moest overwinnen, voordat hij begrijpt welke plaats en taak hij als mens onder de mensen heeft, zo wordt Olav Asteson ook ‘getild tot in de wolken en geworpen in de diepste zee’. Hij ligt in ‘aardse diepten’ waar hij de onzichtbare goddelijke stroom hoort (het beeld van de inwijdingsslaap van de leerling). Door alle eeuwen heen heeft de mens geweten dat hij door diepe duisternis moest gaan, om tot het licht te kunnen komen.

De ingewijden beschrijven in alle tijden en op alle plaatsen in wezen hetzelfde en komen tot de logische samenhang der dingen en tot de eigenlijke betekenis van ons bestaan. Door de ontmoeting met de grote krachten in de natuur krijgt de mens zelfkennis. De Noordelijke mysteriën zijn die van zon, maan en aarde, moed-mysteriën waarin Christus als de koning der elementen werd beleefd.

En aan het eind is Olav Asteson niet meer de jongeman die op 24 december is ingeslapen, maar een mens die wakker geworden is. Zo bevatten de slotwoorden: ‘Sta op nu, gij Olav Asteson, Lang hebt ge geslapen!’.




© Joke - 2018/2019

Geen opmerkingen: