18-06-18

De in- en uitademing van Moeder Aarde

Een spirituele benadering van de zomer- en winter zonnewende


Niet alleen de natuur heeft haar kringloop over het jaar. Net zoals zoals wij in- en uitademen, zo kent ook Moeder Aarde een proces van in- en uitademen. De ziel van de Aarde adem in een bepaald jaarritme kosmische groei- en geestkrachten in en uit. Daarbij zijn winterzonnewende en zomerzonnewende soort tegenhangers, als soort tweelingzielen staat St. Jansdag (24 juni) als de tegenpool van de kerstnacht (24 december) wijzende op de uiterlijke zonnewarmte en het innerlijk licht in de diepste duisternis.

Met de herfstzonnewende begint de aarde definitief en telkens weer aan de inademing van haar krachten, die nemen wij gewaar aan het vergelen en afvallen van bladeren en het rijpen van vruchten. Het is de periode van het afsterven van de natuur om zich in te keren en in de wintermaanden voor te bereiden, nieuwe krachten op doen om in het voorjaar, met de lentewende, weer te ontkiemen, te groeien en te bloeien.

                             


De inademing van moeder aarde

De inademing van de aarde begint bij de zomerzonnewende op 21 juni. Direct daarna valt het Johannesfeest op 24 juni. Het Johannesfeest of St. Janfeest vormt dus de overgang naar dat proces van concentratie en verinnerlijking.

De aarde heeft haar wezen (of haar ziel) tot ver in de kosmos uitgeademd en beleeft de kosmische extase die daardoor mogelijk wordt: duizelingwekkend groots zijn de kosmische geheimen die zij nu ervaren mag. Een extase die tot uitdrukking komt in de uitbundigheid van de natuur. Maar nu begint de ziel van de aarde zich weer in de aarde terug te trekken en gaat zij langzaam over tot een bezinning op het eigen wezen. Extase gaat geleidelijk over tot inkeer.


 
Johannes de doper als representant van de oude wereld maakt de weg vrij voor wat komen moet....; leer je bewust te worden van je eigen innerlijk licht! 



Wij mensen nemen – meestal onbewust – deel aan dat proces: ook wij leven in de tijd van het Johannesfeest in een sfeer van uitbundige gerichtheid op de wereld buiten ons: bijvoorbeeld op de natuur en op andere mensen en culturen die we in de zomervakantie bezoeken. Maar vanaf de zomer, vanaf het Johannesfeest, zal langzaam een proces van verinnerlijking en concentratie op gang komen. In het verloop van een half jaar wordt de concentratie steeds sterker en intenser.

Dat proces – en daarmee de inademing – duurt tot aan de winterzonnewende op 21 december.. Ofwel tot aan het Kerstfeest dat direct daarna op 25 december gevierd wordt. De concentratie van de aarde en de mens op het eigen wezen is dan het sterkst. De aarde heeft haar ziel tot diep in de aarde teruggetrokken. En ook de mens leeft in die tijd in een sfeer van inkeer. En wat kan de mens dan beleven met Kerst? De bewustwording van het goddelijke kind dat in ons leeft, ofwel de kracht van de innerlijke Christus. Dat besef leeft in die tijd zo sterk in ons dat we ons met Kerst meer dan ooit vol eerbied bewust kunnen worden van de geboorte van de innerlijke Christus in ons.

In de dagen na Kerst tot aan 6 januari – wanneer Epifanie gevierd wordt: de incarnatie van de Christus in de mens Jezus van Nazareth bij de Doop in de Jordaan – wordt deze opperste concentratie als het ware even vastgehouden. Daarom vallen in die periode ook de twaalf heilige nachten en is de innerlijke verbinding met de geestelijke wereld sterker dan ooit. Velen ervaren juist in die tijd in hun dromen, in hun meditaties en in de plotseling opdoemende beelden de leiding die vanuit die wereld tot ons komt. Direct na Epifanie begint dan de uitademing en wordt de concentratie langzaam losgelaten.

De uitademing van moeder aarde

Vanaf Epifanie begint moeder aarde dus uit te ademen. De aarde laat de gerichtheid op het eigen diepste wezen langzaam weer los en richt zich op de grote kosmos buiten haar. Daarbij komen stap voor stap de kosmische krachten vrij die de ziel van moeder aarde bij haar inademing heeft meegenomen vanuit kosmische verten. Het zijn deze kosmische krachten die de natuur op moeder aarde nu in staat stellen opnieuw in vruchtbaar leven uit te barsten, vooral na Pasen. Zo kunnen bomen en struiken dankzij dit kosmische geschenk in de lente weer uitlopen en kunnen deze ons in de zomer en de nazomer voedsel en vruchten schenken.

Als de uitademing in de tijd van het Johannesfeest voltooid is en de ziel van de aarde in kosmische verten vertoeft, wordt in de midzomernacht de extatische vreugde gevierd die bij het hoogtepunt van de uitademing hoort: met vreugdevuren en dansfeesten. Shakespeare schreef daar al over in zijn komedie A Midsummer Night's Dream (Een midzomernachtsdroom). Het nachtelijke feest had plaats in het bos: het bos is een symbool van wildheid, van extase en van een ongeremde seksualiteit, wat zowel bevrijdend als angstaanjagend kan zijn. Het is de extase van het hoogtepunt van de uitademing van moeder aarde die op die manier ook door de mens wordt beleefd.

                       
                  HANS MEMLING / 1479 Triptiek van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist / Tronende Madonna


Het Johannesfeest heeft allereerst te maken met het natuurritme. 
De in- en uitademing van de aarde gaat veel trager dan bij een mens: zowel de inademing, als de uitademing duurt een half jaar. Samen nemen zij dus een vol jaar in beslag. Heel het leven op de aarde, en dus ook heel de natuur wordt door dit ritme bepaald: de lente, zomer, herfst en winter worden mogelijk door dit ademritme van moeder aarde.

herfst: aankondiging van de geboorte van Johannes ( 24 september)
lente: aankondiging van de geboorte van Jezus (24 juni)
zomer: geboorte van Johannes de Doper ( 24 juni)
winter: geboorte van Jezus (25 december)

Daarbij hebben de in- en uitademing allebei hun eigen kwaliteit: de uitademing is een manier van de aarde om zichzelf tot uitdrukking te brengen: expressie – een expressie die zelfs leidt tot extatische vreugde. De inademing is daarentegen juist een vorm van concentratie en inkeer.


                                         


Aan wie is het Johannes feest eigenlijk gewijd? En wiens naam draagt dit feest? 

Dat is Johannes de Doper. Hij moet, als de grootste van de oude wereld plaats maken voor een ander, en wel voor de man die in zijn jonge jaren Lazarus genoemd werd, maar na zijn inwijding een nieuwe Johannes genoemd wordt. Bij die verbinding die 2000 jaar geleden ontstond, werd de basis gelegd voor de toekomstige wereld van de eenheid!

Beiden blijken incarnatielijnen te vertegenwoordigen, die we voortdurend in de bijbel terugvinden als dualiteit: Johannes de Doper (die de hemelse stroom vertegenwoordigt) en Johannes de Evangelist of van Padmos (die de aarde stroom vertegenwoordigt) In die traditie staan ook Adam en Eva, de broers Kaïn en Abel, wie het ziet gaat het herkennen: de hemelse en de aardse stroom; wie zich innerlijk hiermee verbinden gaat opent wegen naar de toekomst!

In de verbinding van de beide Johannesen tot een soort tweelingziel, waarbij twee incarnatiereeksen elkaar lijken te doorkruisen, te beïnvloeden en aan te vullen, krijgt de mens een nieuwe mogelijkheid voorgespiegeld tot verbinding met een krachtig perspectief.

Zie voor een verdere toelichting op het geheim van Johannes, de Doper en de Evangelist het boek van  Loek Dullaart: Johannes, De Doper & De Evangelist, Christofoor, 2006  en Stichting de Heraut

Geen opmerkingen: