01-03-16

wie is Rudolf Steiner

De Rozenkruisers maken deel uit van het esoterisch christendom dat in het verleden steeds weer in verschillende vormen naar voren trad. Het begon met de Graalbeweging.
Later zetten de Tempeliers op hun eigen manier dit werk voort. Nog weer later trad de Rozenkruiserstroming naar voren. Nu mocht  zij het esoterisch christendom behoeden en  op een nieuwe manier, passend bij de nieuwe tijd (die van de bewustzijnsziel) voortzetten.

In wezen is er weinig bekend over de Rozenkruiserstroming. De huidige informatie over de Rozenkruisers (zegt Karl Heyer) is  een decadent aftreksel van hun ware identiteit. Pas door het werk van Rudolf Steiner is hun ware betekenis weer bekend geworden. Daardoor ontdekken we, hoe belangrijk de spirituele geschiedenis van de Rozenkruisers  is, evenals de impulsen die zij de mensheid juist ook voor deze tijd willen meegeven.

Regelmatig vertelt Hans Stolp (zoals bovenstaand) over Rudolf Steiner en de traditie van het esoterisch christendom.

Wie is Rudolf Steiner?

Rudolf Steiner leefde van 1861 tot 1925 en werd geboren op 27 februari in Kraljevic, dat in die tijd lag in Oostenrijk en nu te vinden is op de grens van Kroatië en Hongarije; Slovenië.

Van zijn 2de tot zijn 8ste jaar groeide hij op in Pottschach, ongeveer 100 km ten zuiden van Wenen, een bergachtige streek die een diepe indruk kon maken op het gemoed van een kind dat daarvoor gevoelig was . Al op jonge leeftijd beleefde hij een andere wereld – een wereld achter de gewone wereld – die voor hem net zo werkelijk was als de wereld die we om ons heen zien. Als kind al kon hij de “onzichtbare wereld”, de essentie van de natuur waarnemen, en anderzijds de wereld van de techniek.

Zijn vader was telegrafist/stationsbeheerder en wakkerde bij Steiner als kind al een enorme geïnteresseerd zijn in techniek aan. Steiner werd in deze jaren door zijn vader zelf onderwezen en hij zat dus uren naast hem in het stationsgebouw en moest daar lezen en schrijven leren terwijl zijn vader tussendoor zijn werk deed. De aandacht van het kind Rudolf Steiner was meer gericht op wat er gebeurde bij treinen en telegraaf, dan op de schrijfoefeningen. Steiner groeide dus op in een omgeving van enerzijds de alpen-bergen, sneeuwlagen en/of stralend zonnelicht en het groene landschap van Oostenrijk en anderzijds de moderne techniek van spoorweg en telegraaf ontwikkeling!

Rond zijn 8ste levensjaar verhuisde het gezin naar Neudörfl Hongarije, dicht bij Wiener Neustadt. Hij kwam een stuk dichter bij Wenen terecht, en ging hier ook naar school. Wiskunde was een openbaring voor hem. Wiskunde kun je niet zien, is alleen maar gericht op het denken. Het steunde hem in zijn weten dat er meer was dan alleen de zichtbare wereld. Hij leerde wel zijn mond te houden over wat hij paranormaal waarnam, omdat zijn ouders dat niet serieus namen. Maar later vertelde hij dat hij overleden mensen waarnam. Op de middelbare school neemt zijn belangstelling voor de exacte vakken toe, en ook filosofie interesseert hem zeer. Hij bestudeerde op jonge leeftijd de werken van Kant en slaagde cum laude voor de middelbare school.

Omdat zijn vader vond dat hij ingenieur moest worden ging hij in Wenen biologie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde en filosofie studeren. Hij bestudeert de werken van Kant, Hegel, Fichte, Schelling en ook van Charles Darwin.

De leraar die op de Technische Hogeschool in Wenen les gaf in Duitse literatuur was Karl Julius Schröer. Deze Schröer was een Goethe-kenner en heeft Steiner in kontakt gebracht met de natuurkundige werken van Goethe. Goethe was een kunstenaar, en zijn beweringen waren niet wetenschappelijk onderbouwd.

Steiner voelde of schouwde het als zijn opdracht theoretisch te onderbouwen van wat Goethe intuïtief gedaan heeft en daar een wetenschappelijke basis aan te geven. Zijn organische bouwkunst toont zich in meubels, maquettes, sculpturen en ‘blackboard’ tekeningen en mogelijk ook foto’s van het eerste en tweede Goetheanum – het huis van de taal – die de organische architectuur en vormgeving stimuleerde.

                           



Hij studeert niet af in Wenen, maar gaat op verzoek van Schröer naar Weimar om mee te werken aan de heruitgave van de werken van Goethe waarbij Steiner het natuurwetenschappelijk werk voor zijn rekening nam. Hij schrijft in Weimar een proefschrift, en promoveert tot doctor in de filosofie met een proefschrift, getiteld “Waarheid en Wetenschap”, een proefschrift dat later uitgroeide tot het boek “Filosofie der Vrijheid”. Als hij 36 jaar is verhuist hij naar Berlijn. Daar komt een keerpunt in zijn leven. Hij gaat, waar hem de mogelijkheid geboden werd als redacteur van een cultureel blad te spreken voor wie ore heeft om te hore.

                                             


Maar ook komt hij in kontakt met de Theosofie. Hij ontmoet daar mensen als Annie Besant en Madame Blavatsky, die ook “over de grens” heen kijken. Daar treft hij als het ware een tehuis aan. Hij wordt later meer aktief in de Theosofische beweging, en is algemeen sekretaris geworden. Vanwege een meningsverschil is hij later weer uit de Theosofische Vereniging gegaan en heeft samen met zijn vrouw Marie Steiner de Antroposofische Vereniging opgericht. De Theosofie richtte zich op de Oosters-Indische filosofieën (materie = maya) en heeft deze naar het westen toegebracht. De antroposofie wil zich richten op en ontwikkelen vanuit het westers denken. Antroposofie werkt met argumenten, doet een beroep op de eigen denkkracht. Inzichten moeten niet iets zijn van één ingewijde, goeroe, wiens ideeën blind worden nagevolgd. In de antroposofie is iedereen zijn eigen goeroe. Op basis van eigen waarnemingen en eigen denkprocessen en argumenten kan een ieder tot geestelijke groei komen en ingewijd raken in de essentie van het zijn.

Steiner sterft op 30 maart 1925. 

                               


Steiner was een eenling met een diepe drang om alles te onderzoeken, leergierig en helderziend heeft hij zijn ontdekkingstochten door de geestelijke wereld beschreven, en een enorme hoeveelheid lezingen die inmiddels deels in 'zijn' boeken zijn uitgegeven. Een toenemende belangstelling maakte dat hij zijn werk kon voortzetten en verdiepen. Daarmee begon de fase van opbouw van de antroposofie.

De 'onbekende Rudolf Steiner' hield zich intensief bezig met de vragen rondom het spanningsveld dat ontstaan is door de individualisering van de moderne mens. Hoe komt de moderne, geïndividualiseerde mens, samen met de anderen, tot een samenleving waarin individu én gemeenschap tot bloei kunnen komen?

Als je zegt: vrije school, sociaal therapie (heilpedagogie) antroposofische geneesmiddelen, organische architectuur, biologisch-dynamische landbouw, euritmie voorstellingen en christengemeenschap ontmoet je de antroposofische uitgangspunten, zijn ongelooflijk aantal voordrachten deels in boeken vastgelegd bedraagt meer dan het aantal dagen van een jaar.
Rudolf Steiner zoals hij bekend is, hield zich bezig met het verdiepen van het esoterisch christendom, karma en reïncarnatie en met het ontwikkelen van inzichten die o.m. hebben geleid tot een samenhang die een basis biedt voor een samenleving waarin vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit geen loze kreten maar leidende en praktische principes zijn.

blijvende verbondenheid
Samen met de Nederlandse arts Ita Wegman ontstonden de inzichten en de praktische toepassing op het gebied van de geneeskunst. Ita Wegman was een zielemaatje die na zijn dood zijn werk voortzette. Maria Ita Wegman is op 22 februari 1876 geboren op West Java, Karawang en stief op 4 maart 1943 in Arlesheim, Zwitserland. Ita Wegmans werd arts in Nederland. In 1917, na opening van haar eigen praktijk, ontwikkelde zij een remedie tegen kanker gebaseerd op een extract van maretak, op aangeven van Steiner. Deze remedie, die zij Iscar noemde, en die zich later ontwikkelde tot Iscador, is in een aantal landen een geaccepteerde alternatieve geneeswijze van kanker geworden. Ita werd bekend als de medeoprichtster van de antroposofische geneeskunde eerst in samenwerking met Rudolf Steiner, na zijn dood en als gevolg daarvan haar kwijnende ziekzijn en bijzondere ervaringen tijdens haar ziekbed, zette zij uiteindelijk zijn werk voort. Het was haar duidelijk geworden dat Steiner haar na zijn dood bijstond in dienst van de omvorming van de aarde. 

                                         


In de antroposofische geneeskunst wordt niet gewerkt met medicijnen die symptomen onderdrukken, maar ziet ziekte als een sterke prikkel om bezig te gaan met vragen over de betekenis van ziekte, omgang en wat er in je leven kan en mag veranderen. Ziekte is verbonden met de levensles, opgave en idealen, van ons leven. Ziekte is een verstoring van het evenwicht tussen het fysieke lichaam, het etherlichaam , het astraallichaam en het Ik. De antroposofische geneeskunst probeert het gezonde evenwicht te herstellen, zodat de processen weer in ‘balans’ komen.

Antroposofische geneesmiddelen kunnen homeopathisch bereid zijn, maar kunnen ook bestaan uit samenstellingen van stoffen die op een andere manier bewerkt zijn. (b.v. minerale, plantaardige en soms van dierlijke oorsprong). 
                                               
De antroposofie is ook werkzaam in de kunst. Volgens Rudolf Steiner is het de opgave van de kunstenaar om in zijn werk verborgen wetten en geheimen te openbaren. Een kunstenaar schept in de zichtbare wereld wat in de onzichtbare wereld een realiteit is. Hij pleit dan ook vaak voor een verbinding van kunst, wetenschap en religie. Steiner was ook zelf kunstenaar . Hij schreef vier drama's, ontwierp een aantal gebouwen, waaronder het Goetheanum in Dornach en werkte aan de ontwikkeling van de euritmie , een geheel nieuwe bewegingskunst. Veel vernieuwende inzichten had hij op onder andere het gebied van landbouw, onderwijs en gezondheidszorg..... Steiner heeft vanuit een aristotelisch en goetheanistisch wetenschappelijk denken de impuls van Christiaan Rozenkruis voortgezet. (wellicht werkte de geestesgesteldheid van Thomas van Aquino in hem door, die weer een incarnatie was van Aristoteles) Steiner is dus een representant van de zoroastrische Christusimpuls, die verbonden is met Christiaan Rozenkruis of ookwel Christiaan Rosenkreuz genoemd. (zie biografie)

Steiner was een inspiratiebron voor vele kunstenaars als Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Joseph Beuys, voor Olafur Eliasson en Konstantin Grcic. 

                           


Het doel van de mens  is vrijheid te ontwikkelen – in volledige vrijheid kan de mens de volle betekenis van de liefde tot uitdrukking brengen. 


“Leven uit liefde tot de daad en laten leven uit begrip voor andermans wil is het leidmotief van vrije mensen. (…) De vrije mens leeft vanuit het vertrouwen dat de andere vrije mens samen met hem tot 1 geestelijke wereld behoort en dat zij elkaar in hun intenties zullen vinden. De vrije mens verlangt van zijn medemensen geen overeenstemming, maar verwacht die omdat zij in de menselijke natuur verankerd is. citaat R. Steiner – Filosofie der vrijheid

Rudolf Steiner, Vernieuwer van het Esoterisch Christendom

Rudolf Steiner was in staat de Akashakroniek (het wereldgeheugen) te lezen. Daardoor kreeg hij o.a. inzicht in de evolutie van de mens, in de verschillende incarnaties van de aarde, in de geheimen van karma en reïncarnatie en in de opdracht van de aartsengel Michaël in deze tijd. Met name het laatste jaar van zijn leven heeft hij onvermoeibaar geprobeerd de geheimen van het karma en van Michaël voor ons te ontsluieren.

We mogen hem vergelijken met iemand als Johannes de Doper: zoals Johannes de Doper tweeduizend jaar geleden de weg mocht bereiden voor de incarnatie van de Christus in de mens Jezus van Nazareth, zo mocht Rudolf Steiner de weg bereiden voor de etherische Christus. Wie zich innerlijk met Steiner verbindt, krijgt daardoor ook een diepe verbinding met de etherische Christus.

© Joke - fluisteralsjeblieft 

Geen opmerkingen: