04-07-17

het lied van de parel


Er zijn talloze mythen die het proces van afdalen vanuit het Koninkrijk van Licht naar de duisternis verhalen, zoals ook in het Lied van de Parel uit de handelingen van Thomas. Bewust geworden van de parel in zijn hart aanvaardt de Held de reis terug naar de Bron; sprookjes gaan over worden en zijn.


Het lied van de parel is een toelichting op het verhaal van “De verloren zoon” en is geschreven in de taal van het beeld, een gnostische tekst.  De Held verlaat het rijk van zijn Moeder en Vader, hult zich in klederen, daalt af en maakt de draak de parel afhandig. Bewust geworden van de parel in zijn hart aanvaard hij de reis terug naar de bron.....

Het lied van de parel staat in de Handelingen van Thomas, een apocrief geschrift uit de 3e eeuw. Het is een gnostische tekst. Het “Lied van de parel” , dat in de oorspronkelijke tekst “Zang van de apostel Judas Thomas in het land der Indiërs” genoemd wordt, verhaalt allegorische beelden over de afdaling van een boodschapper, die vanuit het Pleroma op weg gaat om een parel te vinden.

Het lied gaat om de belangrijkste opgave van je leven: Ben je ontwaakt, d.w.z. geestelijk wakker geworden? Hoe weet je dat je ontwaakt bent? Je weet dat het leven na de dood verder gaat. Je weet dat onze werkelijkheid gesluierd is en maar een fractie vertegenwoordigt van de grote waarheid. Je weet dat het gaat om onvoorwaardelijke liefde. Dit lied gaat ook over karma: Wat is jouw karmische les?
                 
                               

HET LIED VAN DE PAREL

Toen ik nog een klein kind was in het
paleis van mijn Vader, genietend van de rijkdom
en de weelde van mijn opvoeders,
voorzagen mijn ouders me van het nodige,
en zonden me weg uit het Oosten, ons huis.
Van de overvloed aan schatten maakten ze
een last, groot en toch licht,
opdat ik deze alleen kon dragen:
goud is de last uit de hoge,
en zilver uit de grote schatkamers,
en robijnen uit India,
en parels uit Kustan.
En ze wapenden me met diamant,
dat ijzer kan snijden.


Toen we aan het begin van de evolutie stonden, waren we als een onbewust “kind”.
Wie zijn de ouders? God de moeder en God de vader.

God de vader is in de christelijke traditie heel groot gemaakt. De katholieke traditie heeft het gat van het vrouwelijke opgevuld met Maria. De protestanten hebben het vrouwelijke geschrapt. Dat is de reden dat het christendom heel rationeel en mannelijk is geworden.

De geheime naam van het vrouwelijke is Sophia.   
                



We hebben allemaal het paradijs achtergelaten, we zijn uit het Oosten weggegaan. Het Oosten is de plaats waar God woont, daar waar de zon opkomt. De last die de ouders aan het kind meegeven is het karma. Het zijn lastige “cadeautjes”; je groeit in wijsheid door alles wat je meemaakt. Door het donker heen kan je groeien naar het licht, dan pas kan je voelen dat karmische lessen cadeautjes zijn.

Ons ego zegt; “Waarom?”
Schuif geen dingen naar God. Wij hebben de aarde geschonden, wij zijn verantwoordelijk voor wat er gebeurt.

Zij namen mijn mantel af, vol edelstenen,
overdekt met goud, die ze in liefde voor
me hadden gemaakt,
ook de toga, goud van kleur,
die op mijn maat gemaakt was.
Zij sloten met mij een verdrag,
en schreven ’t in mijn hart om niet te vergeten,
en ze zeiden: “Als je afdaalt naar Egypte
en vandaar de ene parel terughaalt, die daar is,
omgeven door de verblindende slang,
dan zul je je mantel, vol edelstenen, aantrekken,
en je toga die daar omheen valt.
En met je tweelingbroer, onze naaste in rang,
zul je erfgenaam zijn in ons rijk.”

De mantel is het Hogere Zelf. Het onderkleed blijft achter in de geestelijke wereld.
Het verdrag dat met ons werd gesloten, ligt in ons weten opgesloten, we hoeven het alleen te herinneren, door ons eigen weten bewust te worden.

De afdaling naar Egypte staat symbool voor gevangenschap. Als je de letterwaarde van het woord egypte neemt, staat het getal symbool voor dualiteit, voor materie. Probeer te herinneren wat in je hart gegrift staat. In Egypte moeten we langs de slang om de parel te vinden.


                   

De tweelingbroer is Jezus Christus. In het eerste vers van het Thomas-evangelie wordt Thomas de tweelingbroer van Jezus Christus genoemd. Wie de parel vindt is de tweelingbroer van Christus, die mens wordt net als Jezus gerealiseerd als Christus. Wij worden allen Christus, want we zijn erfgenaam van het Hemelse Rijk.

Ik verliet het Oosten en langs een weg,
slecht en gevaarlijk, reisde ik
in gezelschap van twee gidsen,
want in reizen had ik geen ervaring.
Ik ging over de grenzen van Maisan,
waar de kooplui samenkomen uit het Oosten.
ik bereikte het land Babel,
waar ik de stad Sarburg binnenging.
Toen ik kwam in Egypte
verlieten mij mijn gidsen.
De gidsen zijn de engelen.

Dus toen ik in de materiele wereld kwam verlieten de engelen mij. 
Ik ging regelrecht op de slang af
en verbleef in een herberg
in de buurt van zijn schuilplaats,
wachtend totdat hij zou sluimeren of slapen
om dan de parel van hem te pakken.
En daar ik een eenling was, was ik een
vreemde voor mijn medegasten in de herberg.
Maar ik zag er iemand van mijn familie,
een vrij man, uit het Oosten, een jonge man,
lieflijk en schoon, de zoon van Koningen.
En hij kwam naar me toe en voegde zich bij me
en ik maakte hem mijn metgezel,
aan wie ik mijn zending vertelde;
een vriend, die mij vergezelde op reis.
Hij waarschuwde mij tegen de Egyptenaren,
en tegen het omgaan met onreine mensen.
Ik kleedde me in hun kleding,
opdat ik voor hen niet vreemd zou zijn,
als iemand van buiten, die de parel kwam halen.
Anders zouden de Egyptenaren de slang
uit zijn slaap halen en tegen me ophitsen.


De ikfiguur dacht even snel de parel te pakken. Een eenling is een mens die nog niet in de dualiteit uiteen is gevallen, hij is nog niet in de materie afgedaald. De zoon van de Koningen is je eigen engel die jou begeleidt, hij komt uit de geestelijke wereld. Engelen komen in de kracht van hun leven naar ons toe om ons bij te staan. Maak je je dus bewust van de engel die bij jou is. Deze engel waarschuwt de ikfiguur: je kunt niet doen alsof, als je de parel wilt halen moet je als Egyptenaar door Egypte gaan.

Maar om de een of andere reden
ontdekten ze dat ik hun landsman niet was.
Zij palmden mij in, vermengden mijn drank
met hun listen en gaven me hun eten tot spijs.
Ik vergat dat ik een Koningszoon was
en ik werd een knecht van hun koning.
En ik vergat de parel,
waarom mijn ouders me hadden gestuurd.
En door de zwaarte van hun eten
viel ik in diepe slaap.


Kinderen weten vaak nog waar ze vandaan zijn gekomen. Naarmate we ouder worden vergeten we meer en meer onze herkomst. We zijn dan Egyptenaar geworden. We moeten door de vergetelheid, door de slaap heen, om vervolgens wakker te worden, bewust te worden.

Maar wat mij was overkomen,
bemerkten mijn ouders
en ze waren bedroefd om mij.
En een proclamatie ging uit in ons rijk,
dat ieder zich bij onze poort moest verzamelen.
En de koningen uit Perzië en de ministers
en al de vooraanstaanden uit het Oosten
maakten een plan ter wille van mij,
opdat ik niet in Egypte zou blijven.
Ze schreven mij een brief,
ondertekend door machtigen:
“Van je Vader, de Koning der Koningen,
en van je Moeder, de Heerseres van het Oosten
en je broer, onze naaste in rang,
aan onze zoon, die in Egypte is.

Vrede.
Sta op en ontwaak uit de slaap
en luister naar de woorden van de brief.
Herinner je dat je een Koningszoon bent,
en aanzie de mens die je thans dient.
Herinner je je parel,
waarom je bent gestuurd naar Egypte.
Denk aan je mantel, bedekt met goud,
opdat je deze dragen zult en jezelf ermee zult tooien,
opdat je naam vermeld wordt
in het boek des levens,
en je met je broer, onze afgezant,
erfgenaam wordt in ons koninkrijk”.


De mensheid zakt meer en meer in de materie. Hoe kunnen de engelen helpen om de mensheid wakker te roepen?  Het plan bestaat hieruit: De kosmische Geest, Christus, daalde af en verbond zich op 6 januari aan Jezus. Christus daalde af in de aarde-energie om ons te redden uit egoïsme en verharding.

Vader is God de Vader
Moeder is God de Moeder, de Heilige Geest
Broer is de Christus
Zoon is de mens, die wakker is.

“Sta op en ontwaak” is een uitspraak van de 6e inwijding.
In de inwijdingsrite roept de priester “Sta op en ontwaak uit de dood (slaap)”, dit is de eeuwenoude wekroep om iemand in zijn lichaam terug te laten keren. Lazarus werd door Jezus teruggeroepen en werd daarna Johannes genoemd, de ontwaakte.

In liederen en gebeden vind je nog vaak zinnen en woorden die een esoterische betekenis hebben, waarvan de betekenis terug gaat naar het oude weten.”Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de dood, want Christus zal over u waken.” In het “boek des levens” staan alle mensen opgetekend die ontwaakt zijn.

En de Koning, als zender, zegelde hem
wegens de boze Babylonische kinderen,
en de tirannieke demonen van Labyrinthe.
En de brief verhief zich in de gedaante van een
adelaar, de koning van al het gevederde volk,
en vloog tot hij aan mijn zijde neerstreek.
Toen werd hij geheel en al Stem.
En ik ontwaakte uit de slaap,
doordat ik zijn stem bemerkte.
Ik ontving hem en kuste hem en ik verbrak zijn zegel
en begon te lezen.
En zoals het in mijn hart was geschreven
zo stond het er in.
Terstond herinnerde ik mij een Koningszoon te zijn.
En bevrijd verlangde ik naar mijn afkomst.
Ik herinnerde mij de parel,
waarvoor ik naar Egypte was gestuurd.


De brief gaat door alle werelden heen om de mens op aarde te bereiken, ook door de astrale werelden heen. De brief is verzegeld om de inhoud niet aan te tasten. De adelaar is het symbool van Johannes, de ingewijdene.

                       
                                       Christus is omgeven door de symbolen van de vier evangelisten: 
                                       Mattheus (engel), Johannes (adelaar), Lucas (rund) en Markus (leeuw).



De ikfiguur hoorde iets en besefte: “Ik weet dit al”. De boodschap stond al in zijn hart geschreven. Dan steekt de heimwee de kop op en herinnert de ikfiguur waarom hij op de aarde is en weet dat zijn opdracht is; de parel vinden.

uit, En ik begon hem te betoveren,
de vreselijke slang.
Ik bracht hem aan het sluimeren,
want ik noemde de naam van mijn Vader
en de naam van mijn broeder, de naaste in rang,
en die van mijn moeder,
de heerseres van het Oosten.
En ik griste de parel weg en ging terug om
hem naar mijn vaderhuis te brengen.
En het vuile kleed deed ik
En ik liet het in hun land.


In de kracht van de Geest van God gaat de mens op zoek naar zijn opdracht. Hij komt langs de slang. Dat is de transformatie en kon zich ontdoen van het vuile kleed, zijn lichaam.                                

Ik zocht mijn weg regelrecht naar het licht
van ons huis in het Oosten.
En mijn brief bleek mij op de weg voor te gaan.
En zoals de brief een stem had gehad om
me te wekken toen ik sliep, zo geleidde hij me
nu met zijn licht, dat voor mij uitscheen.
Met zijn stem bemoedigde hij mij in mijn angst
en met zijn liefde hielp hij me
mij voorwaarts te spoeden.
Ik ging Labyrinthe voorbij en liet Babel
links liggen en kwam bij de grote Maisan,
dat ligt aan de oever van de zee.

De ikfiguur herinnert zich wat hij al wist: het licht reist voor hem uit.Wat is je diepste waarheid? Wat is je diepste geschenk? Wat is de schat die je gevonden hebt? Dit is de gnosis die je thuis brengt.

Je gaat door angsten heen, maar de stem leidt je. Het innerlijk inzicht brengt je verder.
Labyrinthe en Babel staan symbool voor de astrale wereld.
De astrale wereld bestaat uit 7 sferen. De 8e sfeer is voorbij de astrale wereld, dat is het paradijs.
De 9e sfeer is de wachtkamer bij God. Hier wordt het kleed weer aangetrokken om tot slot de 10e sfeer in te gaan, daar waar God verblijft.
Maisan staat symbool voor het paradijs, het begin van de lichtwereld.
Labyrinthe en Babel staan samen voor de 7 astrale sferen.

Terwijl het koninklijk zijden kleed dat ik
uitgetrokken had, en de toga, goud van kleur,
door mijn ouders vooruit gezonden werden
door middel van hun schatmeesters,
die met de zorg daarvoor belast waren,
herinnerde ik mijn glans niet meer,
want ik was slechts een kind en nog erg jong,
toen ik die achterliet in het paleis van mijn Vader.

We hebben ons hier op aarde ons zo vereenzelvigd met ons ego, de angst, de schaamte enz., dat als we ons ego “uit kunnen trekken” je volkomen liefde bent, de glans ervan zijn we vergeten.

In diepste wezen zijn we stralende wezens.
Maar ineens, toen ik het kleed zag,
als het ware in een spiegel,
aanschouwde ik geheel mijzelf erin.
Ik zag het geheel in mijn eigen binnenste.
Daardoor kende en zag ik mezelf
gescheiden van, maar wel afkomstig van de Ene.
En voorts één met één gestalte.
Eén koninklijk teken was op beide geschreven.
Geld en rijkdom hadden de schatmeesters
in hun handen, en ze gaven mij mijn loon
en het prachtige kleed,
dat schitterend, goudkleurig versierd was
met edelstenen en parels
in overeenstemming daarmee.
Deze waren bevestigd in de hoge
en het beeld van de Koning der Koningen
was er overal op te zien.
En in de hoge waren saffieren
harmonieus op bevestigd.
En ik zag verder dat er door dit alles
bewegingen van gnosis trilden.


In vroegere tijden bestonden er alleen spiegels die van koper waren, waarin je uiterlijk werd vervormd.

                       
               

In de echte spiegel zie je je ware Zelf, dan ben je een heel mens. Je weet dan dat je voorbij de 7 sferen bent en bij God bent in het paradijs. Je bent dan één met de Ene.
Het kleed dat je aan hebt is mooier geworden door de edelstenen die je veroverd hebt, door de parels die je gevonden hebt. In wezen heb je inzicht (gnosis) verworven.

En het kleed was klaar om te spreken.
En ik hoorde zeggen:
“ Ik ben het die handelde in de daden van Hem,
ter wille van wie ik in mijns vaders huis
werd grootgebracht; en ik werd in mijzelf
gewaar hoe mijn gestalte groter werd
in overeenstemming met zijn daden.”
Ik merkte zijn gestalte op.
En al zijn koninklijke bewegingen
rustten op mij en goten zichzelf geheel
over me uit.

En uit handen van die het me gaven
maakte het haast dat ik het zou grijpen.
Die liefde dreef mij hard te lopen
en hem tegemoet te gaan en het te ontvangen.
En ik strekte me uit om het te krijgen.
Met de schoonheid van zijn kleuren
versierde ik me.
En ik omgaf me geheel met zijn koninklijke toga
van schitterende kleuren.


Dit couplet gaat over het verlangen om één te worden met wie de mens al in wezen is.

En toen ik het aan had, werd ik opgetrokken
naar de plaats van vrede en eerbetoon.
Ik boog mijn hoofd en aanbad de schittering
van de Vader, die mij dit gezonden had
en wiens opdracht ik had uitgevoerd.
En ook Hij deed wat was beloofd.
En aan de poort van Zijn paleis
mengde ik me als vanouds onder de prinsen.
Want Hij was blij met mij en heette me welkom,
en ik was met Hem in zijn paleis.
Al zijn dienaren zongen met
welluidende stemmen.

En Hij beloofde me dat ik deel zou hebben
aan het hof van de Koning der Koningen,
en dat ik, nu ik mijn parel gevonden had,
samen, naast Hem, zou verschijnen.


Hier is de ik-figuur gekomen in de hoogste lichtwereld. Alle dienaren, de engelen en mensen die de lichtwereld al hebben bereikt, geven een feest omdat weer een mens is thuisgekomen, met een extra dimensie van de parel die gevonden is.



De prinsen zijn de engelen. In het hof van de Koning der Koningen neem je deel aan de besturing van de kosmos. Dit is de prachtige belofte die ons ten deel valt als we aan onze opdracht hebben voldaan. De gevonden parels zorgen er voor dat hemel en aarde vernieuwd worden. Uiteindelijk transformeren we met elkaar naar de geestelijke licht

-----------------
toelichting door Hans Stolp

Dit lied is ontstaan in Edessa (wat vroeger Turkije was, maar nu bij Rusland hoort) Edessa was een beroemde stad. Abgar, de koning, was hoofd van de stad. In een legende wordt verhaald dat Abgar ziek werd en een brief naar Jezus stuurde met de vraag hem te genezen. Jezus beloofde middels een brief, dat hij na zijn Hemelvaart een apostel zou sturen. Dat was de apostel Thomas. Overigens was Abgar door de brief van Jezus al genezen. Ankh Hermes heeft het uitgegeven onder de titel; “De pelgrimstocht van de ziel”. Deze hymne staat niet in de Nag hamadigeschriften. Barbesanus heeft het lied waarschijnlijk geschreven.

In een andere legende wordt verteld dat Abgar alle verhalen over Jezus had gehoord. Hij wilde een portret van Jezus. Hij vond een schilder die Jezus ook werkelijk ontmoette, maar de schilder werd verblind toen hij een paar streken op het doek had neer gezet. God heeft daarna in een oogwenk het portret van Jezus afgeschilderd. 

Het lied van de parel leert ons dat we door de slang heen de parel kunnen pakken. De parel staat voor bewustzijn. De slang staat voor gevaren en crisissen. De ziel heeft haar Koninklijk Kleed achter gelaten bij de afdaling naar de aarde. Vanuit de Goddelijke wereld is er een kleine goddelijke vonk afgedaald en geïncarneerd in een mens. Het grootste deel is “thuis” gebleven, maar spreekt wel tot ons via het geweten. Hier komt ons gevoel van heimwee vandaan. Alleen degene die weet (gnosis) kan de weg naar huis weer vinden. Ons lagere zelf kunnen we dan weer verbinden met ons hogere zelf. Jezus kon de hele Goddelijkheid, het Hogere Zelf, het Koninklijk Kleed in zijn stoflichaam opnemen. Jezus werd een volledig gerealiseerd mens.

Het doel is bewust worden.

Je kunt het vergelijken met het volgende verhaal, dat werkelijk is gebeurd.
Een inboorling uit Malakka wordt meegenomen naar een grote stad. Iedereen was benieuwd wat hij allemaal voor wonderen en nieuwe dingen zou zien. Het enige wat hij zag was wat hij kende, nl. een aanhangertje met 12 bananen.  Je kunt datgene pas zien wat je kent, waar je je bewust van bent geworden. Als je bijvoorbeeld onvoorwaardelijke liefde hebt ontwikkeld hoor je bij de bewustzijnssfeer van de engelen. Die sfeer kan je dan ook herkennen.

Volgens een oude overlevering reisde Judas Thomas, de “tweelingbroer van Jezus” naar India, om daar het evangelie te verkondigen. Over zijn avonturen aldaar kunnen we lezen in De Handelingen van Thomas, een apocrief boek uit de derde eeuw. Op enkele plaatsen refereren deze handelingen aan twee andere aan Thomas gewijde teksten, Het Evangelie van Thomas en Het Boek van Thomas. Evenals deze twee teksten zijn de Handelingen sterk ascetisch gekleurd. De Handelingen zijn niet echt gnostisch te noemen, met uitzondering van enkele gedeelten, vooral de twee hymnen. Want naast het “Lied van de parel”, waarvan de tekst hieronder volgt, kent dit geschrift nog een andere poëtische hymne over de bruiloft van een Koningsdochter.

Hier gaat het om een innerlijk portret van Jezus, die in jezelf dient te worden gemaakt. God voltooit het portret. De sfeer van Edessa is een sfeer van dieper weten.

Geen opmerkingen: