20-03-15

Sophia als gids op de weg naar Bewust Zijn


  Achter al die werelden van onzichtbaar licht is een bron van eenheid. Daar weer achter een veld van Bewustzijn. Dat veld van oneindige potentie is in rust. Maar, zoals mythen vertellen en mystici geschouwd hebben, dat veld heeft de diepe wens zichzelf te kennen, te manifesteren en te ontplooien. Leven en bewegen is slechts mogelijk bij de gratie van polariteit. In India noem je dat veld Brahman en de manifestatie van dat veld zijn vrouwelijke partner Shakti. Zo werkt het ook met God en Sophia. Zij spiegelt het veld van Bewustzijn waardoor het in manifestatie komt. Zoals ik aan het begin al zei: Sophia is gemanifesteerd Bewustzijn.  

                                                    


Sophia als Brontè of Volmaakt Bewustzijn dondert: Ik werd vanuit kracht gezonden en ik ben gekomen tot hen die zich op mij bezinnen; en ik ben gevonden onder hen die naar mij zoeken.

Kijk naar mij, jullie die mij overdenken, en jullie toehoorders, luister naar mij. Jullie die op mij wachten, neem mij tot je, en verban mij niet uit je zicht… Wees niet onwetend van mij, nergens en nimmer. Wees op je hoede; wees niet onwetend van mij!... Want ik ben de eerste en de laatste. Ik ben de vereerde en de verachte. Ik ben de hoer en de heilige. Ik ben de vrouw en de maagd. Ik ben de moeder en de dochter. Ik ben de onvruchtbare, en vele zijn mijn kinderen... Ik ben kracht en ik ben angst. Ik ben oorlog en vrede. Let op mij. Ik ben de vernederde en de voorname... Ik ben dwaas en ik ben wijs. Ik ben het die zij ‘leven’ noemen, en jullie hebben mij ‘dood’ genoemd. Ik ben niet geleerd, en toch leert men van mij. Kom tot kindschap en veracht dat niet omdat het klein is en nietig. want het kleine laat zich kennen aan het grote… Talrijk immers zijn de aantrekkelijke vormen die uit veelvuldige zonden bestaan” onmatigheden, schandelijke pleziertjes, vluchtige pleziertjes, die door mensen worden omhelsd totdat zij nuchter worden en opgaan naar hun rustplaats (het koninkrijk, de eenheid of de balans). Daar nu zullen zij mij vinden, en zij zullen leven, en niet meer sterven

25 jaar Elisabeth Kübler Ross stichting Nederland; Elisabeth Kübler Ross (1926-2004), de Zwitserse psychiater die de dood weer levend maakte en bij het leven betrok. Bij haar mochten lijden en dood weer meedoen. Die kennis van Elizabeth vloeide voort uit haar levenservaring en innerlijke wijsheid. Zij was een dochter van Sophia of Bewust Zijn. Dat inzicht van Elizabeth dat dood en leven onderdelen van een groter geheel zijn, is nieuw voor onze westerse cultuur; maar in wezen is deze oeroud. Zo oud als Sophia; zo oud als Begin.

Wie is Sophia? Sophia is gemanifesteerd Bewust Zijn. In ons proces van bewustwording wie wij werkelijk zijn, kan zij ons helpen, gidsen; vandaar ook de titel van deze lezing: Sophia gids tot Bewustzijn. Zij gidst van onbewustzijn via bewustwording tot Bewust Zijn. In de westerse cultuur waren wij haar 26 eeuwen kwijt; maar in 1945 vonden we haar terug: in Nag Hammadi in boven-Egypte in een aantal oudchristelijke boeken verstopt in een kruik die met pek was bestreken. Gnostisch-christelijke literatuur uit het oerchristendom die in de vierde eeuw op straffe des doods uit de bibliotheken moest worden gehaald en vernietigd. Een tijd lang mochten mensen niets meer weten van haar die gidst tot Bewust Zijn. Wat is haar geheim? Hoe kan deze grote onbekende ons gidsen tot Bewust Zijn? Hoe kan zij u in uw werk concreet helpen? Dat is het thema van deze lezing. Misschien bent u humanist of atheïst of hindoe of boeddhist of moslim of wellicht aanhanger van natuurgodsdiensten? U hoeft niet bang te zijn dat u de komende 45 minuten gaat luisteren naar een al te christelijk verhaal. Sophia als Bewust Zijn in tijd en ruimte is universeel. Zij gaat ons allen aan. Zij verbindt ons allen. Haar naam in India luidt Shakti, in China Tao, haar joodse naam luidt Chokma, de Griekse vertaling hiervan is Sophia dat in het Nederlands Wijsheid geeft.

Wat is gnosis? Daarnet viel even het woord gnostisch-christelijk. Wie zijn de gnostische christenen of gnostici die Sophia kenden en haar op straffe des doods moesten verstoppen in een met pek bestreken kruik? Gnosis is kennis van eenheid. Gnostici zijn de mensen die terug willen naar de eenheid waarmee ze zich zo verbonden weten. Er zijn geleerde mensen die heel ingewikkeld doen over gnosis en gnostiek en er bibliotheken vol zwaar-theoretische boeken over hebben volgeschreven. Maar gnosis of inzicht of wijsheid is in wezen heel simpel, eenvoudig omdat het op het ene gericht is. Het is intuïtieve kennis, de kennis van het hart, die je verkrijgt na een mystieke buitenlichamelijke ervaring in een fijnstoffelijk lichaam. Je zou bijna kunnen zeggen: een soort Bijna Dood Ervaring. Zij maken in hun lichtlichaam een hemel- of soms ook een hellereis. Die mensen heb je in alle tijden en culturen. Daarom schreef mijn leermeester Gilles Quispel - geprezen zij zijn naam - in de zestiger jaren van de vorige eeuw een boek ‘Gnosis als Weltreligion’. Voor mij heeft gnosis te maken met schouwen in en helder zien met een innerlijk oog. Het gaat om een ervaring: een opgenomen worden in onzichtbare werelden van licht dat soms verflauwt tot duisternis.

Wat heeft Jezus met gnosis? Jezus leert de weg tot Bewust Zijn. Hij is een leraar, een profeet; wanneer hij gezalfd is met het Christusbewustzijn is hij de Zoon van zijn Vader en Moeder in de hemel, van de Allerhoogste en diens Sophia. Jezus heeft een binnenkring van mannelijke en vrouwelijke leerlingen aan wie hij de geheimen van Sophia, haar inwijdingen, onderricht, niet nadat hij zelf die weg is gegaan. De buitenkring daaromheen is daar nog niet aan toe en ontvangt inzicht in verhalen en vergelijkingen: parabels. Die geheime leringen zijn mét die bewuste kruik door Moeder Aarde ontaard en ons teruggegeven. Ze mogen nu openbaar worden: eindelijk is de tijd rijp. Sophia of Geest, wind of adem ontsteeg haar kruik. De Geest uit de fles. Daar moet zij hoogstpersoonlijk achter zitten. Die geheime leringen van Jezus gaan over leven, sterven en transformeren: precies als het thema van dit lustrumsymposium 25 jaar Sichting dr. Elisabeth Kübler-Ross Nederland. Leven, sterven en transformeren: zoals de mens zich vanuit rups in zijn cocon tot pop tot vlinder transformeert en een volledige metamorfose ondergaat.

Wat leert Jezus zijn leerlingen? Een beeld of handgebaar volstaat: de V van vrede of victory. Er is een lichtwereld van geest; daaronder een middenwereld van ziel en daaronder de aarde. Daar weer onder spiegelt de V zich in de rijken van toenemende duisternis. In den beginne stroomt de mens als lichtvonk uit de bron van eenheid. Daarna bekleedt deze zich met het lichtkleed van de ziel dat vleugels heeft. Wanneer hij in de wereld van de dualiteit afdaalt, bekleden geest en ziel zich in een stoffelijk lichaam. Hij/zij incarneert. Als de rups in zijn beschermende cocon kruipt hij langzaam over de grond terwijl hij zich zowel beschermd als opgesloten voelt in dat stoffelijke lichaam. De mens vergeet, zo vertellen de gnostici in tal van mythes als het lied van de Parel in de Handelingen van Thomas en de afdaling van Sophia in de Verhandeling over de Ziel uit Nag Hammadi, dat hij/zij kind van het licht is.

Sophia als Begin. Ik wil iets langer stil blijven staan bij dat allereerste Begin of Sophia en dat vanuit gnostisch perspectief beschouwen. Op de weg terug van aarde naar dat allereerste Begin maak je als gnosticus een hemelreis door de zichtbare planetensferen. Hier regeren wachters die controleren of men de dingen van het kleine ego dat in afgescheidenheid leeft, heeft afgelegd. Daarna kom je in de achtste sfeer: het onzichtbare fijnstoffelijke middengebied van de ziel. Verder gaat de reis door onstoffelijke gebieden waar je samenvloeit met je hoger zelf of geest in een eenheidsbewustzijn. Achter al die werelden van onzichtbaar licht is een bron van eenheid. Daar weer achter een veld van Bewustzijn. Dat veld van oneindige potentie is in rust. Maar, zoals mythen vertellen en mystici geschouwd hebben, dat veld heeft de diepe wens zichzelf te kennen, te manifesteren en te ontplooien. Leven en bewegen is slechts mogelijk bij de gratie van polariteit. In India noem je dat veld Brahman en de manifestatie van dat veld zijn vrouwelijke partner Shakti. Zo werkt het ook met God en Sophia. Zij spiegelt het veld van Bewustzijn waardoor het in manifestatie komt. Zoals ik aan het begin al zei: Sophia is gemanifesteerd Bewustzijn.

Hoe gaat dit in zijn werk? Er komt trilling en beweging, leven. In Brahman of het veld is er een beweging van uitbreiden, uitzetten en verspreiden: uitademen. En er is een beweging van terugstromen, verbinding zoeken met de eenheid; de eerste uitgaande beweging is mannelijk en de tegenbeweging vrouwelijk. Dit uitademen, inademen en terugademen of teruggeven gebeurt vanuit diepe liefde en verbondenheid: eenheid. Er is ook een kracht die de balans brengt. Dan is het derde aspect, de verbinding en balans in het midden. Vervolgens brengt de Shakti of de Sophia die drie aspecten in manifestatie door vader, moeder en hun kind, de verbinding in het midden, uit te laten stromen. Het wordt een uitbarsting van licht, vreugde en liefde: een rondedans over Leven. Er ontstaat een lichtwereld van vele niveaus: een kosmische tempel van vele verdiepingen. Al die lichtwezens zijn tweepolig en androgyn. Het mannelijke gaat uit, het vrouwelijke spiegelt, schept de zichtbare vorm en baart. Vergelijk het met spiegels waarin het spiegelbeeld eindeloos wordt herhaald. Maar het vrouwelijke doet nog iets: verbinden, integreren, zorgen voor coherentie en eenheid, het vrouwelijke houdt het overzicht over het grote geheel.

Incarneren op aarde. Het proces van bewustwording gaat volgens Jezus en de mysteriegodsdiensten vóór hem via stappen of inwijdingen. De eerste heeft te maken met zuivering. Leg alle bewuste en onbewuste overtuigingen af die je cocon steeds verder deed groeien en verharden. Ruim je unfinished business op. Keer je om. Keer je aandacht om en richt deze naar binnen. Op Bewust Zijn en gewaarworden van Bewust Zijn. Daarna is er de doop in de heilige geest; door Jezus in joods-christelijke evangeliën als zijn Moeder ervaren en ook zo genoemd (zie de teksten 6 en 7 in uw handout). Dat is het moment van verlichting, van schouwen in de hemelsferen waar heerscharen van lichtwezens verblijven. Oude culturen noemen ze godinnen en goden; joden en christenen spreken van engelen –dit tijdens de eerste tempel waarin God nog samen mag zijn met een veelvoud van zijn kinderen-; Jung spreekt van archetypen. Daarna zijn er momenten van het eten van geestelijk brood en drinken van geestelijke wijn: het nuttigen van hemels voedsel betekent hemels worden: verbinden. Dan komt het moment van transfiguratie. Het is een vuurinitiatie waarbij je leert je gedaante om te vormen of te transfigureren tot een lichtlichaam en dan met het voertuig van een wagen of merkaba door de sferen te reizen. Het is velen overkomen: de profeten Elia (zoals hier getoond in een beeld), Ezechiël en Henoch en diverse priesters uit Qumran, Jezus op de berg Tabor, Paulus die opgenomen werd in de derde hemel en diverse gnostici die ‘de berg opgaan’. Je gedaante verandert en je wordt een met je hoger Zelf of het oudere deel van jou dat in de lichtwerelden verblijft. Je wordt een met je Zelf, een met jouw Engel.

Tot slot de laatste en hoogste aarde-initiatie. Je verblijft als was je dood drie dagen in een grot of tombe of onderaardse ruimte. Daar slaap je en word je wakker en sta je op om je als wedergeboren mens in vol Bewust Zijn te manifesteren. Nu weet je hoe je door de kracht van Geest de zware aarde-atomen in een hogere trilling kan brengen door middel van klank en kleur. Hoe je kunt genezen en wonderen verrichten. De Moeder heeft in jou haar kind van eenheid gebaard. Maar wat heeft dit alles met Sophia te maken?

Een rondleiding door de tempel van Sophia. Ik neem je mee naar de tempel van de Moeder. Die kun je vergelijken met een boom. Er is een kruin die tot de hoogste werelden van licht of hemelen reikt, er is een stam die op aarde zichtbaar is en er zijn de wortels onder de aarde: in de onderwereld. Ook het tempelgebouw toont deze opbouw: er is een crypte of onderaardse ruimte; er is een hoofdruimte of het heilige en er is een hoger deel genaamd het heilige der heilige. Om de tempel die vaak hoog is gelegen op een natuurlijke of kunstmatig opgeworpen berg zijn er de welruikende tuinen en is er veel water. In het heilige van de (eerste) tempel van God en Asjera/Sophia te Jeruzalem staat de levensboom met de 7 lichten. Deze ruimte staat symbool voor de onzichtbare tussenwereld van de ziel. In het hoogste of heilige der heilige staat te Jeruzalem de ark met de twee verbondstafels; daarboven zijn er twee cherubijnen, een mannelijke en een vrouwelijke, elkaar omarmend in een innige verstrengeling. Hier wonen God of Jahwe en zijn Asjera/Sophia. Ze maakt hem zichtbaar in wolk en vuur. Net als zij in de woestijn had gedaan als de Shekina uit het boek Exodus. In de nacht is zij een vuurgloed, overdag trekt zij voor het volk uit als een wolkenzuil. (Ex. 25:8; Wijsh. 10:17-18).

Het heilige der heilige is de plaats waar de verbinding tussen de onzichtbare en zichtbare werelden wordt gemaakt. Engelen dalen hier af en aardse mensen maken er in hun lichtlichamen een hemelreis. De mensen noemen deze plaats debir of orakelplaats. Die verbinding geeft zegen, kracht en vruchtbaarheid. Priesteressen en priesters in de eerste joodse tempel worden engelen en heiligen genoemd. Ze hebben zichzelf heel of heilig gemaakt in de vereniging met hun engel of hoger Zelf. (Lees tekst 15 in uw handout).

De tijd dat de boom overeind stond. Er is ooit een tijd geweest dat mensen, mannen en vrouwen, die boom, die symbool staat voor de kosmische tempel in alle verdiepingen, kennen; ze kennen zowel de grot in de kelder als de bovenkamer op de hoogte. De mensen staan nog dicht bij de bron. Men kent de grote Moeder van alles en allen, de eersteling van de vader die hem zichtbaar maakt en vorm geeft. Dood en leven zijn een. Doodgaan is geboren worden in de lichtwereld. Men heeft een sterk contact met overleden voorouders. De onderwereld van de doden is nu nog mooi en goed. Het zijn de stammoeders en de vrouwen die over de dood heen met de overleden voorouders het contact verzorgen net zoals zij zorgen voor de begeleiding van jonge vrouwen wanneer zij zwanger worden van diezelfde voorouders. Want die incarneren opnieuw in de stam, clan of familie. Daarom is de vrouw zo belangrijk in oude culturen. Baren tot wedergeboorte is van oudsher een specialisme van vrouwen. Zij weten met geboorte, dood en wedergeboorte om te gaan.

Wanneer het mannelijke in de cultuur dominant wordt, breekt het vaderland aan. Nu is het laatste beroep dat vrouwen in het openbaar toegestaan wordt uit te oefenen dat van klaagvrouw… Van oudsher verzorgen tot op de dag van vandaag in huidige volksculturen vrouwen de doden en waken bij hen. Ook wordt er feest gevierd en wordt de ziel van de dode benaderd en in feesten herdacht. Dood hoort er hier nog helemaal bij; want ieder weet dat dood slechts een overgang vormt.

De verticale en horizontale verbinding. Die verbinding tussen de verdiepingen van de boom met die onder- en bovenwereld, die verticale verbinding, is er ook horizontaal tussen mensen onderling, mannen, vrouwen en kinderen; tussen mensen en dieren, tussen mensen en planten, tussen mensen met moeder aarde; tussen mensen met moeder kosmos. De aarde is een deel van de kosmos. In deze culturen is het vrouwelijke prominent aanwezig; dit altijd in verbinding en in gemeenschap met het mannelijke; want pas dan ontstaat balans; in die balans die de tegenpolen overstijgt, ontstaat het besef van eenheid.

Uit deze cultuurperiode in de menselijke geschiedenis wordt veel vrouwelijk kunst opgegraven die helaas met tal van gedateerde vooroordelen als heidense afgoderij of prehistorische porno afgeserveerd wordt. Maar die kunst is gemaakt in een tijd waarin men nog verbinding heeft met het totaal; die kunst is gemaakt vanuit een spiritueel bewustzijn. Vaak is die kunst androgyn of manvrouwelijk.

Het is de tijd van de partnerschaps- en moederculturen waar de moeder of mater centraal staat. Het is geen dominantiecultuur. De cultuur is geweldloos en gebaseerd op wederzijds respect. Sommige hebben tot de dag van vandaag overleefd. Manvrouwelijke eenheid zie je in de vreedzame maatschappij en je ziet het terug in de androgyne lichtparen in de geestelijke werelden, waar men de aardse maatschappij als een weerspiegeling van weet. Je ziet het op individueel vlak in de twee slangen die vanuit het stuitchakra omhoog schieten en boven in de thalamos of het bruidsvertrek het bewustzijn vleugels geven en kosmisch maken. Dat alles gebeurt in de tempels van diverse godinnen, waaronder Asjera/Sophia van Israël.

De boom wordt omgehakt; de tempel verwoest. Er komt een tijd -die tijd noemen wij de ijzertijd want dan worden de mensen van staal - dat men de wortels van de boom afzaagt en de kruin en de takken afkapt. Een kale stam blijft over en die sterft vervolgens langzaam af. De verbinding met de lichtwerelden gaat nu verloren. De mens is in het rupsstadium afgedaald. Er is een elite van mannelijke machthebbers die angst en verderf zaait en die een onderdrukte laag van overwonnen volken tot slaaf maakt. Vrouwen worden geroofd, verkracht, verminkt en als legbatterij voor het baren van vele kinderen misbruikt. Kinderen worden geboren uit een moeder die het leven in feite niet meer ziet zitten en komen liefde te kort. Diezelfde wanhopige kinderen komen om in vele oorlogen, waarna hun demonstrerende moeders nog niet zo lang geleden als ‘dwaze moeders’ de kranten halen. Ooit is er na overvloed een tijd van schaarste ontstaan, die momenteel culmineert in een vijftal crises. Er is schaarste aan alles: geld, voedsel, energie, schoon water en schone lucht, kennis, kennis van eenheid. Er was en is oorlog en de mensen worden bang en banger.

In dit lange proces van toenemende onveiligheid vult de geestelijke wereld zich met al die gevoelens van haat, angst, lijden en verdriet. Nu ontwikkelen zich ideeën over die ene harde mannelijke God die oordeelt na de dood. Het hiernamaals wordt een schimmige enge wereld. De lichte onderwereld en het vreugdevolle hiernamaals wordt een hel met een voorgeborchte en een vagevuur. Het vult zich met boze gedachten van haat en angst. De mensen worden bang gemaakt voor de dood en zijn vervolgens bang om te leven. Zij verliezen het besef van Geest of Bewustzijn in manifestatie te zijn, geschapen naar het beeld van God en Sophia, zij verliezen uiteindelijk het besef een lichtkleed of ziel te hebben. Ze vergeten dat ze ooit vlinder waren en beseffen niet dat zij nu rups en pop zijn om uiteindelijk weer die vlinder te worden: maar nu in uitgekristalliseerd en individueel bewustzijn. Ze krijgen te horen dat het vlees en de stof slecht zijn, dat de aarde een tranendal is, een duister ondermaanse. De aarde wordt nu een zelf een hel.

Van moeder- naar vaderland. U vraagt zich wellicht af wanneer dit proces van macht en onderdrukking, van dominantie en ondergeschiktheid is begonnen. Dat is historisch gezien begonnen toen het klimaat op aarde veranderde en de toendra en steppe onder de ijsgordel uitdroogden en veranderden in dorre woestijnen: van de Gobi-woestijn in China tot een uitgedroogd Iran, Iraq en Arabië en een uitgedroogde Sahara in Afrika. Daar waar de aarde droog en hard wordt, daar verlaten volken de verschroeide aarde; zij kunnen geen kant meer op. Om te overleven moorden en plunderden zij en verhardden hun eigen hart en dat van hun slachtoffers. Het zijn met name de vrouwen die het onderspit delven omdat zij als cultuurdragers uit de periodes daarvoor, die geworteld is in eenheid en verbondenheid met heel de kosmos, gevaarlijk zijn voor de nieuwe patriarchale orde. Zo gaan wij vanaf 4500 v. Chr. langzaam het vaderland in. Na 1000 v. Chr. valt definitief het doek voor het moederland. Nu breken ijzeren tijden aan. Het scharnierpunt is de axiale of astijd in de 6e eeuw v. Chr., waarna zich de vrouwvijandige en in het westen de monotheïstische godsdiensten ontwikkelen. Hierin tracht men het duister en het kwaad dat zich nu overal voordoet te verklaren door middel van demonische en duivelse tegenkrachten: Lucifer en de Satan. Het Joodse, orhtodox-christelijke en gnostisch-christelijke denken hierover zijn in deze harde tijden ontwikkeld. Leerlingen van de binnenkring van wetenden worden in extreme mate geconfronteerd met het kwade en denken erover na. Vanuit de joodse traditie stellen zij dat het duister en licht, het kwade en het goede de linker- en rechterhand van God zijn en dat God de tegenkracht van het kwade bedoeld heeft om de mensen voor het goede of het licht te laten kiezen. Echter: de tegenstanders van de wetenden of gnostici beschuldigen hun ervan het kwade als zelfstandige macht naast God te zien: zij die in eenheid staan worden ervan beschuldigd satanisten en dualisten te zijn. Máár… er is een persoon die deze lasteraars daarbij over het hoofd zien: de Moeder of Sophia. Het wordt daarom de hoogste tijd te onderzoeken hoe de oerchristenen haar zien.

Wat vertellen de teruggevonden Nag Hammadi-teksten over Sophia? Hoe zien de oerchristenen haar? Nu toon ik je weer datzelfde beeld: de V van victory. Zij zien haar als drievoudig. Er is een hoge Moeder in de hemel die hier Sophia wordt genoemd, er is een afgedaalde of lage Sophia die duisternis baart en dan is er nog een derde Sophia die tot nu toe volledig over het hoofd gezien is. Zij draagt in de gnostisch-christelijke teksten tal van namen die met kennis of weten te maken hebben. Al die namen zijn uit elkaar gerafeld en uitgeplozen. Vervolgens heeft vrijwel niemand de eenheid daarachter gezien: namelijk dat de ene Moeder ook een derde gezicht heeft en een derde werking toont: degene die in liefde en leven uitersten met elkaar verbindt; die bemiddelt, de middelares, de brug, de balans van het midden. Laten wij de drie gezichten, manifestaties of werkingen van de Moeder even de revue passeren.

Wie is de eerste Sophia? De hoge of eerste Sophia is samen met de Vader een medeschepster, cocreatrix. Joden, joodse en gnostische christenen uit Jezus’ tijd zien Sophia staan aan het Begin. Zien haar als Begin. Nadat de bron van eenheid begint uit te stromen, baart Moeder Sophia de androgyne kosmische Mens zoals geschapen naar het beeld van God en Sophia. Die Mens wordt ook wel Oermens, Lichtmens, Anthropos of Adam genoemd. Hij/zij is de hoogste Engel en ‘Heer’ der hemelse heerscharen. Voor de joden de androgyne Jahwe en voor de christenen de androgyne Christus of Sophia-Christus. Zoals ook bij haar Moeder, de grote Sophia geeft dochter Sophia die tegelijk de partner van zoon Christus is, deze kracht vorm en bemiddelt zij deze. Daarom daalt zij in de vorm van een duif op Jezus neer. Wanneer Shakti of Sophia medeschept en vervolgens uit de bron van eenheid baart, is er bij haar lichtwezens licht en duisternis. Dat brengt ons bij de lage of tweede Sophia.

Wie is de Tweede Sophia? Gnostici zoeken een verklaring voor duisternis en kwaad in de wereld. Zij staan in de joodse traditie dat God twee handen heeft: de linker werkt tegen wat de rechter doet. Het kwaad is bewust door God toegelaten. In tal van gnostische mythen wordt dit verbeeld door te stellen dat Sophia een foutje maakt en een wezen baart dat zich van helpende scheppergod ontwikkelt tot de slechte god, de jaloerse Jahwe die de enige wil zijn; de God van de tweede tempel waar Sophia niet meer aanwezig is omdat zij eruit is gezet. Daarom kent men haar kennis van Bewust Zijn en eenheid ook niet meer. In wezen heeft de lage of afgedaalde Sophia die soms de hoer en de gevallene wordt genoemd, duisternis veroorzaakt en het kwade gebaard. Dit tweede beeld is het beeld dat kerkvaders van haar hebben uitvergroot: de gevallen vrouwe die de oorzaak is van het kwaad in de wereld. De eerste en hoge Sophia laten zij buiten beschouwing en de derde ook.

De tweede of lage Sophia staat in de gnosis symbool voor de ziel van de mens. Van haar wordt gezegd dat zij afdaalt in duisternis. De tweede of lage Sophia daalt af in de wereld van de polariteit. Zij is de maagdelijke en zuivere ziel zonder zonde, onbevlekt en onbevangen. Op aarde is zij opgesloten in het stoffelijk lichaam en valt in slaap. Wordt onwetend. De heldere lichtvonk zwakt af tot een klein waakvlammetje maar dooft niet geheel uit. Zij is licht in de duisternis maar beseft dit niet meer. Zij bezoedelt zich met duistere praktijken. Zij heeft meerdere inferieure echtgenoten en baart misbaksels van kinderen. Zij is uit balans net als haar echtgenoten en haar kinderen. Maar dan houdt zij het niet meer uit. Verdriet en pijn brengen tot inzicht. Zij wil terug naar huis. Zij roept vertwijfeld tot haar ouders in de lichtwereld en reinigt zich. Zij bereidt zich voor en verandert rigoureus haar leven. In de mythe in de Verhandeling van de Ziel is het Christus die tot haar afdaalt en zich met haar in een heilig huwelijk verenigt. Hier heeft hij de oudere tot bewustzijn brengende taak van de derde Sophia overgenomen.

Wie is de derde Sophia? Zij daalt af, klopt aan de poort en herinnert de mens aan zijn lichtlichaam en lichtkern of godsvonk, die verborgen parel. Nu kan hij/zij opstaan en zich verheugen. Verheugen over de kansen die het leven in licht en duister in polariteit ieder geeft. Verheugen om nu bewust licht te transformeren en te bemiddelen de duisternis in. Verheugen over Moeder Sophia die Geest bemiddelt en verlost: Sophia als mediatrix (middelares) en coredemptrix (verlosseres). Het is de Moeder die haar kinderen van licht inwijdt in de herinnering wie ze werkelijk zijn: kinderen van het licht die tijdelijk in de wereld van licht en duister verblijven maar op weg zijn naar huis: het huis van de vader en de moeder.

Die derde Sophia legt de verbinding tussen licht en duisternis. Zij daalt af en verbindt. Treedt de duisternis moedig zonder angst tegemoet en laat zich niet inpakken of intimideren. Ze doet precies als Elisabeth Kübler-Ross toen deze sprak: jij bent niet OK, ik ben niet OK. Maar dat is OK. Elisabeth keek angst en afgescheidenheid in de ogen. Zij was niet bang. Hiermee respecteert zij het afgesneden zijn van het totaal en de angst die daaruit voortvloeit. Laat de pijn zijn. Deze erkenning is van fundament belang. Zij luistert in aandacht en liefde en ziet de ander door de ogen van haar hoger Zelf. Ze ziet in die ander het Hoger Zelf van de ander. Nu vergeeft de ander; komt uit de slachtofferrol en zoekt de verbinding. En het wonder geschiedt. De pijn lost op en wordt transparant. Nu de duisternis omarmt wordt door licht en liefde kan het proces van transformatie en doorgeven van licht verder gaan. De aarde en de mens als brug tussen duister en licht: een brug waar geven en nemen samenkomen in volmaakte balans is en samen een worden.

Hoe kan Sophia onze gids zijn? Als we het beeld vasthouden van de levensboom dan zien we dat de wortels in moeder aarde zijn afgekapt: toen men het vrouwelijke begon te minachten toen is men de aarde gaan verwaarlozen. Tegelijk is men het contact met de lichtwerelden die je via de kruin van de boom kunt bereiken vergeten. De aarde en de mensen zijn volledig uit balans geraakt en verduisterd. Sommigen mensen zeggen dat wij ons in een eindtijd bevinden waar het kwaad zich nog zeer heftig zal roeren voordat we een nieuwe tijd van Geest en Bewustzijn in gaan.

Sophia heeft aangekondigd dat die tijd zal komen. Bij mijn weten is die tijd nu aan het aanbreken. (tekst 14 in uw handout).

Nu we weten wat er met de boom van leven misging, kunnen we deze herstellen. Wat kunnen wij doen? Uitzonderlijk goed voor de aarde zorgen en ons realiseren dat aarde en kosmos een geheel zijn en met elkaar in verbinding staan. In deze tijd van diepe duisternis is het belangrijk om te beseffen dat het duister en het kwaad onder ons zijn als reële kracht. Want waar veel licht is, is veel duisternis. Maar ook het omgekeerde geldt: waar veel duisternis is, is ook veel licht. Wij dienen ons over het kwaad te informeren zodat wij weten waar het zich voordoet en op onze hoede zijn. Laten wij vervolgens als kinderen van het licht in onze eigen authentieke kracht van het licht gaan staan en solidair zijn met elkaar. Laten wij het kwaad in de ogen zien. Moedig zijn en durven te gaan staan in ons eigen licht en onze eigen duisternis. Laten wij die creatieve minderheid vormen die het verschil maakt en de brug slaat. Pas dan zal de duisternis oplossen. Dan kan Sophia via ons de duisternis verder omarmen en in liefde doen oplichten. Laten wij beseffen Bewust Zijn in manifestatie te zijn op weg om in ons hart het kind, het eenheidsbewustzijn, te baren. Laten wij om hulp vragen, net als de ziel of de lage Sophia. De Moeder is de koningin van de engelen; zij heeft myriaden engelen tot haar beschikking. Zij zal wetenschappers inspireren. Zij gaat bewijzen dat Geest en materie polen van dezelfde eenheid zijn. De stoffelijke wereld zal weer heilig worden, net als lang geleden. De kosmos en de mensen weer heel, net als lang geleden. Al die positieve gedachten en daden van liefde zullen het licht sterker maken. Dan zal de achtste dag en het tijdperk van Geest waarin de leeuw naast het bokje ligt en er vrede en harmonie op aarde zal zijn, aanbreken. De V van de Vredesduif die victorie of victory kraait komt eraan…

Het tijdpad

1 Het Oudste of Eerste Testament. Periode van de Eerste Tempel 968-586 v. Chr. De theologie van de eerste tempel wordt gekenmerkt door het inclusieve monotheïsme met het duale godsbeeld van Jahwe en zijn vrouw Asjera/Sophia. Er vinden ‘hervormingen’ plaats onder koning Hizkia (715-687 v. Chr.) en koning Josia (640-609 v. Chr.). Onder Josia vindt men bij een tempelrestauratie het ‘boek van de wet’. Hierin zou gestaan hebben: ‘Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is de enige’ (2 Kon.23:1-4; verg. Deut. 13:1-6). Het proces van herbewerken en herschrijven van Bijbelteksten in exclusief-monotheïstische lijn begint. 622 v. Chr. ‘Afgoderij’ waaronder Asjera/Sophia wordt uit de tempel verwijderd (2 Kron.29:16). 586 v. Chr. De eerste tempel wordt verwoest. De elite van het joodse volk wordt in ballingschap meegevoerd naar Babylonië. Een ander deel vlucht weg in een diaspora en weer een ander deel blijft achter. De ballingen en vluchtelingen nemen het duale godsbeeld mee. Zij blijven de theologie van de eerste tempel in den vreemde trouw. Velen keren niet meer terug.

2 Het Oude of Tweede Testament. Periode van de Tweede Tempel 515 v. Chr.-70 AD. De theologie van de tweede tempel wordt gekenmerkt door het exclusieve monotheïsme. De verwoeste tempel wordt met Perzisch geld herbouwd. Passages waaruit het duale godsbeeld blijkt worden ‘aangepast’ aan de opvattingen der ‘hervormers’. Er is een verbod op het snijden en vereren van beelden, het orakelen en profeteren. 19 v. Chr.- tot 63 na Chr. Renovatie en uitbreiding van de tweede tempel. 70 na Chr. Verwoesting van de tweede gerestaureerde tempel. Het accent verschuift naar de synagoge, studiehuis. De rabbijnen nemen het strikte exclusieve monotheïsme over. Teksten met het duale godsbeeld worden verboden. De christelijke orthodoxie neemt dit over.

3 Het Nieuwe of Derde Testament. 367-1945. In 367 stuurt bisschop Athanasius de christenen in Egypte een brief met een lijst van 27 boeken die zij mogen lezen: de canonieke boeken. Oud-christelijke teksten worden verborgen in een kruik bij twee kloosters te Nag Hammadi. De kruik wordt in 1945 opgegraven.

Nieuwe vondsten van een oeroud duaal godsbeeld: 1945 De Nag Hammadi-teksten. 1947 De Qumran-teksten. Ze staan in de traditie van de eerste tempel. 1927 Oegariet in Kanaän (Libanon). Hier wordt een bibliotheek van kleitabletten gevonden waaruit het bestaan van Asjera naast El blijkt. 1975 Israël. Er zijn opgravingen van inscripties te Kuntillet Arjud in de Sinai en ook bij Hebron waaruit blijkt dat Jahwe een vrouwe heeft genaamd Asjera. 19e en 20e eeuw. Vele beelden van Asjera in tal van oeroude sacrale lichaamshoudingen worden teruggevonden.

4 Het Vierde Testament van de 21e eeuw. Het geïntegreerd lezen van canonieke en apocriefe teksten én het kennis nemen van vrouwelijke of venuskunst.

Nieuwe vondsten van een oeroud duaal godsbeeld: 1945 De Nag Hammadi-teksten. Ze staan in de traditie van de eerste tempel (meervoudig en androgyn godsbeeld). 1947 De Qumran-teksten met aandacht voor Sophia en haar engelen die de hemelen en de aarde verbinden. 1927 Oegariet in Kanaän (Libanon). Hier wordt een bibliotheek van kleitabletten gevonden waaruit het bestaan van Asjera naast El blijkt. 1975 Israël. Er zijn opgravingen van inscripties te Kuntillet Arjud in de Sinaï en ook bij Hebron waaruit blijkt dat Jahwe een vrouwe heeft genaamd Asjera/Sophia. 19e en 20e eeuw. Vele beelden van Asjera in tal van oeroude sacrale lichaamshoudingen worden teruggevonden.

De zeven sleutels om Sophia terug te vinden 1 De universele Sophia als Begin. De mythen en de orale traditie. 2 De vele teruggevonden vrouwelijke kunst met vrouwelijke symbooltaal (boom, slang, duif etc.) 3 Teruggevonden teksten. Inclusief monotheïsme van de eerste tempel heeft doorgewerkt in het judaïsme van de diaspora en het latere joodse-christendom. 17

4 Nieuw licht op Sophia en Jahwe in het joodse christendom. 5 Nieuw licht op Sophia en God, Sophia en Christus, Maria en Jezus in het gnostische en orthodoxe christendom. 6 Sophia gaat in 386 ondergronds en verschijnt wereldwijd aan mystici. De mystiek. 7 In de 21e eeuw komt Sophia/Maria als moeder van alle volken terug. Als koningin van hemel en aarde. Als middelares; als transformerende en tot bewustzijn brengende kracht. Als de balans tussen de polariteiten licht en duisternis. Zij kent de duisternis.

Verborgen Sophia-symbolen in de canonieke en apocriefe christelijke teksten Asjera van Kanaän is van El diens genade, steun en welzijn. Asjera van Israël van het Tweede of Oude Testament is verborgen aanwezig als wind, adem, wolk, duif, vuur, schittering, heerlijkheid, glorie, duif en slang; als uitstraling of zegen of geest van El of Jahwe. Is aanwezig in de borsten en de schoot; in het zwanger zijn, baren en barmhartigheid. Is aanwezig in de wateren (bron, fontein, rivier, stroom), diverse (groene) bomen, diverse bloemen en vruchten. Zij is aanwezig in de berg, de hoogte of de tempeltoren. Sophia in het Nieuwe Testament manifesteert zich als de heilige geest. Sophia in de gnostisch-christelijke teksten als bewustzijn én onbewustzijn, als Eerste Gedachte, Licht, Glorie, Heerlijkheid, stem, stilte, Moeder, Leven (Eva), liefde, adem, geest, ziel, ware kennis of weten.

Enkele belangrijke Sophia-teksten

1 In den beginne schiep God hemel en aarde … of Met Begin schiep God de hemel en de aarde … of Met Wijsheid schiep God de hemel en de aarde (Gen. 1:1)

2 De aarde nu was woest en ledig en duisternis lag over de diepte en de Geest van God zweefde over de wateren (Gen. 1:1-2)

3 En de elohim sprak(en): nu gaan wij de mens maken als beeld van Ons, op Ons gelijkend. En God schiep de mens als zijn beeld beeld van God schiep hij hem Mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen (Gen.1:26-27).

4 Sophia zegt: De Eeuwige heeft mij, de wijsheid, tot aanzijn geroepen als het Begin van zijn wegen voor zijn werken van oudsher. Van eeuwigheid ben ik geformeerd als Begin, eer de aarde bestond… toen was ik als uitvoerster bij hem (Spr. 8:22-39).

5 Sophia zegt: Uit de mond van de Allerhoogste ben ik voortgekomen en als een nevel heb ik de aarde bedekt. Ik sloeg mijn tent op in de hoogte van de hemel en mijn troon stond op een wolkenzuil.

Ik heb het hemelgewelf alleen doorlopen en in de diepte van de afgrond ben ik rondgegaan. Op de golven van de zee en overal op aarde en bij alle volken en stammen kreeg ik macht… Ontvang in Israël uw erfdeel… In het heilige tabernakel deed ik dienst in zijn nabijheid (Jez. Sir.24:3-10).

6 Jezus zegt: op dat ogenblik nam mijn Moeder, de Heilige Geest, me bij een van mijn haren en bracht mij naar de grote berg Tabor (Ev. der Hebreeën, voor 200 na Chr.). 18

7 Het geschiedde echter dat toen de Heer uit het water kwam, de hele bron van de Heilige Geest neerdaalde en op Hem bleef rusten en tot Hem zei: ‘Mijn Zoon, onder alle profeten heb Ik op je gewacht dat Je zou komen en Ik in je zou rusten. Want jij bent mijn rust. Jij bent mijn eerstgeboren zoon, die in eeuwigheid zal regeren’ (Ev. der Hebreeën).

8 De Syrische christenen baden tot de 5e eeuw: Kom Heilige Geest En reinig hun nieren en hart En zegel hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest (Hand v. Thomas c. 27). Kom volmaakte barmhartigheid, Kom gemeenschap met het mannelijke Heilige Duif… Kom verborgen Moeder (Hand v. Thomas c. 50).

9 Sophia of PRONOIA zegt: Ik nu, de volmaakte Voorzienigheid van het Al heb mij gevestigd in mijn nageslacht… En ik zei: ‘Ik ben de Voorzienigheid van het zuivere Licht, ik ben de Gedachte van de maagdelijke Geest… En waak op uit de diepe slaap… En ik deed hem opstaan en verzegelde hem in het lichtwater met vijf zegels, opdat de dood voortaan geen macht over hem zou hebben. Ik ging omhoog naar de volmaakte eon (NHC II.1, lied van Pronoia,77).

10 In de ‘Drie Stèles van Seth’ lees je over Barbelo-Sophia: Barbelo… Gij hebt in den beginne gezien, dat de waarlijk Preëxistente een Niet-Zijn is… Gij zijt een drievoudige Kracht… Schepster der eonen… groot mannelijk Bewustzijn, vaderlijke God, goddelijke kind! Gij zijt de wijsheid van de Gnosis: gij zijt de Waarheid. Dank zij u is het Leven: uit u is het leven. Dank zij u is het Bewustzijn: uit u is het Bewustzijn. Gij zijt Bewustzijn (NHC VII 5, Drie stèles van Seth, 121-122-123).

11 In het evangelie van Filippus lees je over de grote en de kleine Sophia: Echamoth is een andere dan Echmoth (van Hebreeuwse Chokma of Wijsheid) Echamoth is eenvoudig de (grote) Sophia Maar Echmoth is de Sophia van de dood Degene die de dood kent. Zij wordt de kleine Sophia genoemd (Ev v Fil. NHC II.3.39).

12 Eugnostos zegt over de grote Sophia (tekst uit de 1e eeuw) Zij wordt waarheid genoemd Zij die onbetwistbaar vol van waarheid is Zij die zichzelf kent in haar geheime zelf En Planè (Dwaling of Kleine Sophia) kent die tegen haar strijdt (Brief van Eugnostos. NHC V.77). 19

13 Sophia als Brontè of Volmaakt Bewustzijn dondert: Ik werd vanuit kracht gezonden en ik ben gekomen tot hen die zich op mij bezinnen; en ik ben gevonden onder hen die naar mij zoeken.

Kijk naar mij, jullie die mij overdenken, en jullie toehoorders, luister naar mij. Jullie die op mij wachten, neem mij tot je, en verban mij niet uit je zicht… Wees niet onwetend van mij, nergens en nimmer. Wees op je hoede; wees niet onwetend van mij!... Want ik ben de eerste en de laatste. Ik ben de vereerde en de verachte. Ik ben de hoer en de heilige. Ik ben de vrouw en de maagd. Ik ben de moeder en de dochter. Ik ben de onvruchtbare, en vele zijn mijn kinderen... Ik ben kracht en ik ben angst. Ik ben oorlog en vrede. Let op mij. Ik ben de vernederde en de voorname... Ik ben dwaas en ik ben wijs. Ik ben het die zij ‘leven’ noemen, en jullie hebben mij ‘dood’ genoemd. Ik ben niet geleerd, en toch leert men van mij. Kom tot kindschap en veracht dat niet omdat het klein is en nietig. want het kleine laat zich kennen aan het grote… Talrijk immers zijn de aantrekkelijke vormen die uit veelvuldige zonden bestaan” onmatigheden, schandelijke pleziertjes, vluchtige pleziertjes, die door mensen worden omhelsd totdat zij nuchter worden en opgaan naar hun rustplaats (het koninkrijk, de eenheid of de balans). Daar nu zullen zij mij vinden, en zij zullen leven, en niet meer sterven (NHC VI.2:13-21)

14 Sophia zegt in de ‘Drievoudige Verhandeling’: Ik ben Protennoia.... De Eerste Gedachte die in het Licht verblijft. Ik ben de beweging die in alles is, waardoor het Al in stand wordt gehouden… ( 35). Ik ben het beeld van de onzichtbare Geest, en door mij heeft het Al vorm gekregen en ik ben de Moeder, het Licht de onbevattelijke moederschoot 20

(45). Ik hield mij verborgen in hen allen tot de tijd dat ik mijzelf mocht openbaren (NHC XIII.1, 49). de onbegrensbare en onmetelijke Stem…(Logos, Woord) (38). ... Want, let op ik kom naar beneden, naar de wereld der stervelingen omwille van mijn deel dat daarin aanwezig is… (40) Ik ben de eerste die afdaalde Vanwege het deel van mij dat achtergebleven is Dat is: de Geest die nu in de ziel woont (41) …luister naar mij, de Taal van de Moeder van jullie genade…(44). ik ben de aanstaande eon

15 Jezus zegt: Als jullie de twee één maakt en het binnenste maakt als het buitenste en het buitenste het binnenste en het bovenste als het onderste en het onderste als het bovenste en als jullie het mannelijke en het vrouwelijke één en hetzelfde maakt Zodat de man niet meer man is en de vrouw niet meer vrouw…. Dan zullen jullie ingaan tot het Koninkrijk (Evangelie van Thomas logion 22).



door Dr. Annine van der Meer jubileumsymposium Elisabeth Kubler Ross Stichting Nederland - Tekst lezing 14 11 2009





Geen opmerkingen: