24-11-10

het heilige boek van de Maya's

De Popol Vuh is het belangrijkste boek, het boek van raad, van de Quiché Maya bestaat uit twee gedeelten.  Het eerste deel behandelt het scheppingsverhaal waarin de mens geschapen werd uit maïsdeeg en het tweede gedeelte beschrijft de omzwervingen van de voorouders van de Quiché Maya en heeft een sterk feitelijke basis.


Het verhaal uit de Popol Vuh over de avonturen van de magiërs/zieners verwoordt de gang van de mensheid en de individuele weg van ieder leerling-ingewijde. Het verhaal draait om het beroemde balspel van de Maya's en bevat veel elementen die universeel zijn, dwz dat het mythische verhaal veel elementen bevat die in alle tijden door de mensheid verteld is.

 Volgens de Maya's hebben er in de mensheidsperioden op deze planeet verschillende 'periodes van de nacht' plaatsgehad die een groot rijk ten onder deed gaan. Om precies te zijn waren er volgens de Maya's vier grote rijken voor ons, ook wel de vier zonnen genaamd, dit komt overeenkomt met wat Rudolf Steiner beschrijft over de evolutie. Wij leven nu op de vierde incarnatie van Moeder Aarde en de Maya's leren dat de herrijzenis van de vijfde zon een proces is dat afhankelijk is van de bewustzijnstoestand van de mensheid.

De plaats waar spirituele vernieuwing optreedt is het getal vijf, symbool voor de innerlijke wereld. Jouw creatiegolf in Tzolkin is eenvoudig te bepalen. Je start met het vaststellen van je galactische signatuur; de kleur, het zonnezegel en de toon behorende bij je geboortedatum. Het zonnezegel dat op toon 1 staat is het eerste zonnezegel van jouw creatiegolf en wordt meestal gezien als jouw levensthema. Kijk eens waar jouw toon 5 in staat....?

                                           



Popol Vuh is het heilige raadsboek van de Quiché-indianèn uit Guatemala. Letterlijk vertaald
betekent Popol: “Oord van de bastmatten” en vuh: “boek”. Om met de vele beeldende
uitdrukkingen van deze indiaanse taal vertrouwd te raken is het nodig, dat men geruime tijd onder
de huidige Maya-indianen geleefd heeft en zo hun taal heeft opgenomen. (De Quiché-indianen zijn
namelijk verwant aan de bekende Mayavolkeren uit het naburige laagland Yucatan.) "

De beleving door de indianen van de natuur is totaal verschillend van die van de westerse mens
en dat drukt zich vanzelfsprekend ook in hun taal uit. De vertaler Wolfgang Cordan (1909-1966),
van geboorte Duitser, deskundig in oude culturen en hun talen, kwam in 1953 (na tijdens de oorlog
in Holland als verzetstrijder tegen het Hitlerregime aktief te zijn geweest) naar Mexico. Sindsdien
heeft hij tot zijn dood onder de Mayavolkeren geleefd en heeft zich meerdere mayadialecten eigen
gemaakt. De oorspronkelijke Quiché-tekst van het Popol Vuh, Boek van het Oord der Bastmatten,
is door hem op levendige en geestrijke wijze in het Duits vertaald en voorzien van een uitgebreide
toelichting.

Om te begrijpen wat bedoeld wordt met “Oord der Bastmatten” kan men zich voorstellen, dat de
indiaanse hoogwaardigheidsbekleders in hun raadsvergaderingen in’ een kring gezeten waren op
een uit boombast gevlochten mat. Aangezien zij bij te nemen beslissingen uitgingen van in het
verleden opgedane ervaringen van hun voorouders, raadpleegden zij de oude overleveringen van
de lotgevallen van hun volk, de stammen van de Quiché. Deze overlevering en nu zijn opgetekend
in een heilig boek, het Popol Vuh geheten, dat zorgvuldig verborgen, bewaard werd en dat
uitsluitend ter inzage was voor de koning en zijn adelijke raadslieden.

Oorspronkelijk bestond dit boek natuurlijk niet uit een in het europese alphabet opgetekende tekst.
Het zal net als bij de overige Maya’s uit beeldtekens, glyphen zijn opgebouwd geweest. Het was
vermoedelijk een beeldenreeks, welke was aangebracht op houten platen of op geprepareerde
huiden van hert, waarvan echter niets bewaard is gebleven. De beelden dienden als
geheugensteun voor een gesproken tekst, welke uit het hoofd geleerd werd en zo van generatie op
generatie werd doorgegeven. Rhytmische herhalingen wijzen er op, dat het een gesproken verhaal
moet zijn geweest.

Deze woordelijke uit het hoofd geleerde tekst nu werd door een onbekende Quiché-indiaan,
ongetwijfeld van hoge rang zijnde in europees letterschrift in de Quiché-taal opgeschreven. Dit is
uiteraard gebeurd nadat het volk reeds door de Spanjaardén was onderworpen. Het boek werd
aanvankelijk voor de Spanjaarden angstvallig verborgen gehouden, totdat het in het begin van de
18e eeuw in groot vertrouwen ter inzage gegeven werd aan een katholieke priester Francisco
Ximenez, die in die streek zijn parochie had. Hij heeft het vertrouwen van de indianen niet
geschonden,. doordat hij het werk, na het zorgvuldig te hebben overgeschreven weer aan hun
teruggaf.

Deze geestelijke, die zelf meerdere Maya-talen vloeiend sprak, heeft zich veel moeite gegeven om
de vaak niet éénduidige Quiché-tekst zo goed mogelijk in het Spaans te vertalen. Het was hem
duidelijk, dat het een waardevol document van de indiaanse cultuur betrof, waarin het ontstaan van
de wereld en van de mensheid beschreven werd, analoog aan het Genesis-verhaal in het Oude
Testament van het joodse volk.  Omdat in het verhaal motieven voorkomen, welke ook terug te vinden zijn in de Bijbel en in andere oude overleveringen, nodigt het Popol Vuh als het ware uit tot een interpretatie, van de beschreven gebeurtenissen, om ze zo in te passen in het ons bekende beeld van de wereld- en mensheidsgeschiedenis.

Dit heeft in de loop van de tijd dat Europeanen zich met de inhoud van het Popol Vuh hebben bezig gehouden aanleiding gegeven tot wel zeer uiteenlopende interpretaties. Op het eerste gezicht zou een vraagteken geplaatst kunnen worden bij een poging om nóg eens een nieuwe interpretatie aan de reeds bestaanden toe te voegen. Er is echter een bijzondere reden, waarom de in deze studie te ondernemen interpretatie een totaal nieuw licht kan werpen op de beschreven gebeurtenissen.

In één van de antroposofische basiswerken van Rudolf Steiner: “Geheimwissenschaft im Umriss” (in het Nederlands getiteld: “Wetenschap van de geheimen der ziel”) wordt namelijk in vogelvlucht een volledig overzicht gegeven van de gehele wereld-ontwikkeling en van de geschiedenis van de mensheid vanaf het allervroegste begin. Aan de hand van dit werk is het in principe mogelijk om alle bestaande mythische- of sageachtige ,overleveringen over het ontstaan van de wereld te analyseren en,in te passen in een totaal beeld.

Door het volgende voorbeeld kan verduidelijkt worden op welke manier de antroposofie een nieuw
licht kan werpen op de inhoud van het Popol Vuh. Een veel omstreden vraag is, waar het land van
herkomst van het volk van de Quiché, dat door hen zelf ‘I’u La of Tulan genoemd wordt, gezocht
moet worden. Ook Wolfgang Cordan heeft zich met dit probleem bezig gehouden en er een
concrete uitspraak over gedaan. In 1940, toen het origineel van de Popol Vuh-tekst van Ximenez,
na lange tijd zoek ,geweest te zijn,in Chicago terug gevonden werd, waren juist ook opzienbarende
archeologische opgravingen gedaan van de resten van een stad, 240 kilometer ten noorden van
het huidige Mexico-city gelegen, welke de naam Tula had. Cordan was de overtuiging toegedaan,
dat deze stad het in het Popol Vuh genoemde Tulan was en dat dus de Bakermat van het Quichévolk
zich in Mexico bevond.

De vroegste bodemlagen van deze cultuur konden gedateerd worden op ongeveer 900 jaar
na Christus. Bij de Azteken, waarvan de bloeitijd ongeveer van 1300 tot 1500 na Christus duurde,
was deze beschaving nog goed bekend. Het betreffende volk werd door hen dat der Tolteken
genoemd (en is veel ouder dan wat in deze tijd 'tolteken' worden genoemd, verbonden aan Miquel Ruiz) Het bezat volgens overlevering een hoog ontwikkelde cultuur, vooral wat betreft handvaardigheid en zoals weven” aardewerk en siersmeedkunst. Hun priester-koning heette
Quetzal-Coatl (Groengevederde Slang). Het Quiché-volk zou volgens deze visie dus een
uitgeweken indianenstam van de historisch bekende Tolteken uit Mexico zijn.



Toch zijn er ook deskundigen die bij deze zienswijze vraagtekens plaatsen. De cultuur van dit volk
der Tolteken was namelijk geen Maya-cultuur, terwijl de sfeer, welke het Popol Vuh ademt echt
onvervalst Maya is. Vanuit de antroposofie bezien, aan de hand van de Geisteswissenschaft im
Umriss en andere standaardwerken van Rudolf Steiner is het duidelijk, dat de herkomst van
het volk van de Quiché totaal ergens anders moet worden gezocht. Reeds eerder is in de
antroposofische literatuur de aandacht op het Popol Vuh gevestigd. Günther Wachsmuth heeft
namelijk in zijn in 1953 verschenen boek: “Werdegang der Menschheit”, blz 121 gewezen op
het belang van dit oude indiaanse document. Hij komt daarbij tot de conclusie, dat alles in deze
overlevering er op wijst, dat het begin van de opgetekende geschiedenis van dit boek veel verder
terug in de tijd moet worden gezocht, dan algemeen wordt aangenomen.

De bakermat van dit Quiché-volk moet volgens hem dan ook niet in Midden-Amerika gezocht worden, maar in het in vele sagen vermelde Atlantis. Dit is de naam van een in een ver verleden door natuurrampen verzonken continent, dat op de plaats gelegen heeft van de huidige Atlantische oceaan. Dit continent is gedurende lange tijd bewoond geweest door volkeren met een relatief hoog
ontwikkelde beschaving. Evenals de na-atlantische periode is de atlantische periode ook onder te
verdelen in zeven grote cultuurtijdperken. In het derde cultuurtijdperk was een volk
toonaangevend, dat door Rudolf Steiner het volk der Tolteken genoemd werd (dus niet te
verwarren met de reeds eerder genoemde historisch bekende Tolteken, welke veel later geleefd
hebben in Midden-Amerika).

Vóór de definitieve ondergang van Atlantis zijn deze atlantische Tolteken naar het westen
uitgeweken en hebben zich in Amerika gevestigd. Het waren de voorouders van de huidige
indianen in Amerika, waarvan het Quiché-volk zich dus uiteindelijk in Guatemala gevestigd heeft.
Het hier als voorbeeld gestelde zal in de voorliggende studie uitgebreid worden toegelicht. "
De echte oude overleveringen over de oorsprong van een volk verschillen uiteraard sterk van de
huidige vorm, waarin de geschiedenis wordt opgetekend. In de eerste plaats was er grotendeels
sprake van een mondelinge overlevering. Onze voorouders beschikten destijds over een veel beter
geoefend geheugen dan wij. De geschiedenis van een volk was een belangrijk cultuurbezit. We
kunnen ons voorstellen, dat een oude leraar en een jonge leerling samen uren lang in vraag en
antwoordvorm de teksten op een ritmische wijze, misschien ook zingend doornamen. Op deze
wijze werden de betreffende teksten van generatie op generatie doorgegeven. Als geheugensteun
waren er tekens of afbeeldingen op voorwerpen aangebracht. Als men zo’n teken zag, dan begon
als vanzelf de herinnering te stromen.

                                     



Zo teruggaande in de tijd komt er een moment, waarbij de gebeurtenissen in een andere vorm
verhaald worden. De sagen gaan over in mythen. Het zijn de mythologische verhalen, waarin Goden, halfgoden, reuzen, dwergen en helden de belangrijkste plaats innemen. Volgens de huidige wetenschap zijn dit slechts onderhoudende avontuurlijke verhalen, ontsproten aan de rijke fantasie van onze voorouders. Toch waren de inhouden van deze mythen voor de vroegere mens een directe levende werkelijkheid, welke voor hun veel reëler was dan de wereld van dè dode voorwerpen om ons heen, waar wij tegenwoordig onze zekerheid in menen te vinden.

Deze verhalen, zo moet men bedenken, spelen zich grotendeels af in de atlantische periode en
ook nog wel vroeger, in de tweede helft van de lemurische periode. (Deze lemurische periode
ontleent zijn naam aan een eveneens verzonken continent, Lemurië genaamd, dat in lang
vervlogen tijden gelegen heeft op de plaats van de Indische Oceaan, dus tussen Afrika, India en
Australië. Het wordt ook wel Gondwanaland genoemd.) De mensen konden in die tijd nog in direct
contact komen met de Goden en beleefden zo, dat de bestiering van het gebeuren op aarde niet
op mensenwil berustte, maar in handen lag van de Goden. Op het voorkomen van halfgoden,
reuzen en dwergen zal in de bespreking van het betreffende deel van het Popol Vuh nader worden
ingegaan.

Nog verder teruggaande in de tijd was de mens als het ware nog sluimerend in een babystadium.
De omstandigheden waren totaal niet te vergelijken met die waarin wij tegenwoordig
leven. Van een zelfstandig denken of handelen was bij de mens in die ontwikkelingsfase dan ook
geen sprake. Evenmin is het mogelijk dat de menselijke herinneringen uit die tijd bewaard zijn,
omdat de mens toendertijd niet tot het oproepen en vasthouden van herinneringen in staat was.
We moeten ons veeleer voorstellen, dat de latere mens vanaf de atlantische tijd in grote
kosmische beelden zijn eigen oorsprong en het ontstaan van de wereld door de goden
aangeboden kreeg. Deze vorm van berichtgeving in de oude documenten doet qua opbouw veel
strenger en soberder aan dan het mythische deel. Geèn woord staat er zonder betekenis en één
enkele zin beslaat soms vele äorien. In het Popol Vuh is deze driedeling ‘van de geschiedenis in
achtereenvolgens kosmische-, mythische- en aardse geschiedenis heel duidelijk terug te vinden. "

Het Indiaanse ras is zoals bekend zeer op traditie ingesteld. Dit feit geeft de verklaring waarom de
herinneringen aan de lotgevallen van hun voorvaderen zo ver terug reiken in de tijd. Een ander
volk, dat ook sterk op traditie is ingesteld en waarvan de herinneringen eveneens zeer ver terug
gaan in de tijd is het joodse volk. Het is bij documenten zoals het Oude Testament en het Popol
Vuh niet zo, dat ze alleen maar de geschiedenis van het eigen volk weergeven. De aanvang van
zo’n verhaal behandelt de schepping van de wereld en van de mensheid in het algemeen. "
Het gaat dus uit boven een lokaal geschiedverhaal. Volgens de huidige gangbare inzichten zijn
deze beschrijvingen van de schepping der wereld slechts onbeholpen pogingen van de primitief
denkende mens om een vorm van zekerheid aan zijn pover bestaan te geven; een fundament,
omdat onzekerheden nu eenmaal altijd bestaansangst oproepen.

Volgens de inzichten van de antroposofie geven deze verhalen echter wel degelijk de essentie
weer van wat zich in werkelijkheid heeft afgespeeld. Men is alleen tegenwoordig verleerd om de
weergegeven beelden op de juiste wijze te interpreteren, omdat in onze huidige
voorstelling~wereld geen ‘plaats meer is voor het beeldende denken. Slechts concrete tastbare of
abstracte voorstellingen vinden bij de westerse mens nog toegang. Al het overige wordt
geringschattend en met een glimlach naar het rijk van de maan verwezen.

Volgens de mededelingen van Rudolf Steiner is na de ondergang van de atlantische beschaving
ook een groep mensen uitgeweken naar het Eur-aziatische continent, dus naar het oosten. Dit is in
de Bijbel ook terug te vinden. Het is, het verhaal van de zondvloed en van Noach, die van God de
opdracht kreeg om een grote ark te bouwen en van alle dieren één paar op het schip te brengen,
zodat, toen het water steeg slechts diegenen, die op de ark waren gered konden worden.

Het volk, dat naar het oosten trok, stamde echter uit een ander ras dan datgene wat naar het
westen trok. Zoals reeds vermeld stamt het rode ras uit het volk of ras der atlantische Tolteken, dat
vooral in de derde atlantische cultuurperiode tot grote bloei kwam.

Het oostwaarts trekkende blanke ras, dat door Rudolf Steiner het Atlantisch Semitische ras genoemd wordt (wederom niet te verwarren met het na-atlantische historisch bekende Semitische ras) beleefde zijn grootste bloeiperiode in het vijfde atlantische cultuurtijdperk. Afgaande op de berekening van Günther Wachsmuth was dat ongeveer vier- à vijfduizend jaar later. Het blanke ras had dus tegen die tijd reeds belangrijke nieuwe ontwikkelingen doorgemaakt in vergelijking met het rode ras, dat door
zijn sterke hang naar traditie intussen geen wezenlijk nieuwe ontwikkelingen meer had doorgemaakt.


Het is uitnodigend om na te gaan hoe de beide volkeren, het Quiché-volk en het joodse volk in hun scheppingsverhaal de aanvang van de wereld en de schepping van de mens weergeven. Waarom geeft de één andere bijzonderheden weer van het gebeuren dan de ander?
Kan ons dit helpen dieper door te dringen in het grote drama van de mensheidsontwikkeling?

Behalve in de Geheimwissenschaft im Umriss (de wetenschap van de geheimen der ziel) heeft
Rudolf Steiner nog in andere geschriften en in vele van zijn voordrachten over de wereld- en
mensheidsontwikkeling geschreven of gesproken. Op het eerste gezicht lijken sommige van de
weergegeven gebeurtenissen in de verschillende voordrachten niet met elkaar overeen te
stemmen. We moeten daarbij echter bedenken hoe oneindig rijk geschakeerd de
ontwikkelingsmogelijkheden op de verschillende plaatsen der aarde zijn door alle tijden heen. Het
is niet mogelijk om alle gebeurtenissen en ontwikkelingen die ooit hebben plaatsgevonden in één
doorlopend verhaal te schilderen. In de verschillende voordrachten worden dus telkens andere
bijzonderheden belicht. Zoals reeds gezegd, geeft de inhoud van de Geheimwissenschaft im
Umriss echter het meest objectieve beeld van de ontwikkeling in zijn totaal weer. Met
dankbaarheid kunnen wij diegene gedenken, die in staat was om een zo groot totaaloverzicht in
boekvorm te scheppen als in geen enkel ander bestaand geschrift te vinden is; iets waardoor de
mens dieper tot zijn eigen wezen vermag door te dringen.

Bij het bestuderen van de tekst van een oude overlevering zoals het Popol Vuh is het eveneens
vanzelfsprekend, dat sommige passages vraagtekens oproepen. Het is daarbij zeer wel denkbaar,
dat de oorspronkelijke tekst door één of andere oorzaak in het ongerede geraakt is, waardoor een
juist begrip bij voorbaat bemoeilijkt wordt. Vooral in de latere tijden van de overlevering kan het
zijn, dat de priesters-leraren geen geschikte leerlingen meer konden vinden om de in het Popol
Vuh geboden stof volledig inde zuivere vorm in zich op te nemen. Ook kunnen misschien fouten
geslopen zijn bij het overbrengen van de gesproken tekst in het europese letterschrift door de
reeds genoemde onbekende Quiché-edelman uit de 16e eeuw. Tenslotte, als belangrijkste
struikelblok voor een juiste interpretatie kan genoemd worden het gegeven, dat de Quiché-taal,
zoals alle indianentalen uitermate rijk is aan beeldende omschrijvingen, speciale uitdrukkingen,
gezegden en toespelingen op situaties, welke alleen aan het betreffende volk duidelijk zijn. Deze
toespelingen hangen ten nauwste samen met het zeer gecompliceerde kosmisch-religieuze
wereldbeeld van de indianen. Het is daarom een noodzakelijke voorwaarde, dat een europese
vertaler zich inleeft in dit wereldbeeld, bijvoorbeeld door langere tijd onder de nakomelingen van
het betreffende volk te leven.

Dit is wat Wolfgang Cordan, de vertaler van de door mij geraadpleegde uitgave van het Popol Vuh
gedaan heeft. Günther Wachsmuth was destijds, vóór 1953 nog aangewezen op een eerder
verschenen vertaling, die van Leonhard Schultze Jena, waarin meer onvolmaaktheden en
misduidingen te vinden zijn. Wolfgang Cordan, van oorsprong sinoloog, kan aangemerkt worden
als iemand met gunstige kwaliteiten voor de vertaling van het Popol Vuh, omdat er qua
wereldbeeld zeker overeenkomsten bestaan tussen de oude chinese cultuur en die van de
indianen. Beide culturen hebben namelijk vastgehouden aan de oude atlantische traditie.

Het is Wolfgang Cordan tevens gelukt een doorbraak te bewerkstelligen in de ontcijfering van de oude Maya-glyphen; iets wat tot op dat moment, uitgezonderd de kalenderaanduidingen nog steeds niet gelukt was. Het feit, dat hij bij zijn interpretatie aangaande de bakermat van het volk van de
Quiché, althans naar mijn overtuiging tot een misduiding kwam is te wijten aan het ontbreken van
een referentiekader in de vorm van de Geheimwissenschaft im Umriss van Rudolf Steiner. Zijn
uitgebreide toelichting op de tekst bevat echter een veelheid van aanwijzingen en vondsten,
waarvan in het voorliggende boek dankbaar gebruik werd gemaakt. Zonder zijn hulp was deze
antroposofische studie niet goed mogelijk geweest!

De werkwijze bij deze studie is zodanig geweest, dat de loop van het in het Popol Vuh
weergegeven verhaal nauwgezet gevolgd wordt, telkens tussendoor onderbroken door een nadere
beschouwing over de betekenis van de inhoud ervan. Het verhaal zelf is in dit boek met een apart
lettertype gedrukt, zodat de loop der gebeurtenissen gemakkelijk gevolgd kan worden. Weliswaar
is de tekst tot op ongeveer één derde van de oorspronkelijke lengte bekort, doch desondanks werd
getracht om dezelfde karakteristieke verteltrant aan te houden.

Zoals reeds gezegd, zal geprobeerd worden de in het Popol Vuh beschreven gebeurtenissen te
plaatsen in het door Rudolf Steiner gegeven totale overzicht van de wereld- en
mensheidsontwikkeling. Omdat Rudolf Steiner over de bijzondere geaardheid van het rode ras op
zich ook vele belangrijke mededelingen gedaan heeft, zullen ook deze vergeleken worden met wat
wij uit het Popol Vuh zelf hierover kunnen leren.

Een gedeelte uit het boek 'beschouwingen over het Popol Vuh van de Quiché Indianen' van Theo Zimmerman over de Popol Vuh: het heilige boek van de Maya's * door Wolfgang Cordan.

leestip: De wetenschap van de geheimen der ziel: Rudolf Steiner uitg. Christofoor


© Joke - fluisteralsjeblieft



* De Popol Vuh, het boek van Raad, is een van de belangrijkste bronnen uit de Mayacultuur. In dit boek hebben de Maya's hun scheppingsverhaal, mythen sagen en daden opgetekend. De symboliek-uitleg die ik gebruik is die van Wolfgang Cordan in relatie tot Campbell, Jung en Eliade en vanzelf Rudolf Steiner. 

www.fluisteralsjeblieft.nl 

Geen opmerkingen: